Top of this page
Skip navigation, go straight to the content
LET OP: Er is een meldingsplicht van bijzondere omstandigheden binnen vijf maanden nadat de bijzondere omstandigheid zich heeft voorgedaan. Ook de aanvraag dient voor een bepaalde datum te worden ingediend. Houdt daar dus rekening mee! |
Om in aanmerking te komen voor een toelage uit het Profileringsfonds gelden voor het collegejaar 2012-2013 verschillende criteria en uitzonderingen. Hieronder is een overzicht opgenomen van relevante informatie als je wil weten of je in aanmerking komt voor een toelage uit het Profileringsfonds.
Een toelage uit het Profileringsfonds is mogelijk als je tijdens je studie vertraging hebt opgelopen door bijzondere omstandigheden en niet kunt afstuderen binnen de periode waarin je gemengde studiefinanciering (=zowel prestatiebeurs als recht om te lenen) ontvangt. Je moet daarvoor voldoen aan de volgende voorwaarden:
1. je hebt het afsluitend examen nog niet met goed gevolg afgelegd, en
2. je bent feitelijk studerend aan de TU/e, en
3. je geniet of hebt gemengde studiefinanciering genoten, en
4. de bijzondere omstandigheden hebben zich voorgedaan of doen zich voor in de periode dat je gemengde studiefinanciering ontving of ontvangt, en
5. door die bijzondere omstandigheden heb je studievertraging opgelopen
Volg je als voltijd student een verkorte opleiding (zoals bijvoorbeeld een schakelprogramma en de daaropvolgende masteropleiding), dan geldt dat je voor ondersteuning in aanmerking komt indien de bijzondere omstandigheid plaatsvindt binnen de nominale studieduur van de verkorte opleiding
Als bijzondere omstandigheden voor een toelage uit het Profileringsfonds gelden onder andere:
(*) Bij een (chronische) ziekte of functiebeperking is verlenging van studiefinanciering mogelijk. Informatie hierover kun je krijgen bij het STU. Ook kun je een aanvraagformulier downloaden van de website van Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). |
Voor ondersteuning op basis van bestuurswerk bij een studenten- of vergelijkbare organisatie: zie bestuursbeurzen |
De vertraging die door bijzondere omstandigheden is ontstaan wordt uitgedrukt in erkende maanden. Alleen voor erkende maanden kun je een toelage uit het Profileringsfonds krijgen.
Het aantal toe te kennen erkende maanden wordt individueel beoordeeld. Er gelden maximum-termijnen bij ‘zwangerschap’ (4 maanden), ‘topsport’ (maximaal 12 maanden gedurende de gehele periode van inschrijving) en ‘organisatie en bestuur’ (maximaal 1 maand per studiejaar).
De hoogte van de toelage is gelijk aan de hoogte van de beurs die je van de Dienst Uitvoering Onderwijs ontving, voorafgaand aan de aanvraag. Er wordt rekening gehouden met een eventuele aanvullende beurs en met een partner- of éénoudertoeslag. Je moet tijdens de ondersteuningsperiode als student aan de TU/e zijn ingeschreven.
Heb je van de TU/e een bestuursbeurs gekregen en doet zich daarna één van de hierboven genoemde bijzondere omstandigheden voor? Dan is een toelage uit het Profileringsfonds mogelijk, uitgezonderd de erkende maanden waarvoor je een bestuursbeurs hebt ontvangen.
Ben je door ziekte of door bijzondere familieomstandigheden langer dan twee maanden niet in staat om onderwijs te volgen, dan kun je je tussentijds uitschrijven. Je kunt hiervoor een afspraak maken met een studentendecaan. Overigens ontvang je geen toelage over de periode dat je uitgeschreven bent.
Voor een bijzondere medische of niet-medische omstandigheid kun je maximaal 12 maanden verlenging van studiefinanciering krijgen van de Dienst Uitvoering Onderwijs. Daarna is een beroep op een toelage uit het Profileringsfonds mogelijk.
Let wel: het niet benutten van de mogelijkheid tussentijds uit te schrijven of verlenging van studiefinanciering te krijgen, kan leiden tot het geheel of gedeeltelijk afwijzen van een aanvraag om een toelage uit het Profileringsfonds. Neem tijdig contact op met een studentendecaan om problemen te voorkomen. (zie artikel 8.2 van de Regeling Profileringsfonds 2012-2013) |
Een bijzondere omstandigheid dien je onmiddellijk, doch uiterlijk binnen vijf maanden na het zich voordoen van de bijzondere omstandigheid te melden of te laten melden bij de studieadviseur, studentendecaan of een studentenadviseur. Latere melding, dus na vijf maanden, van de bijzondere omstandigheden heeft tot gevolg dat er geen toelage uit het Profileringsfonds plaats vindt (of anders: geen maanden erkend worden) over de periode voorafgaand aan de vijf maanden voor de melding. Meld je de bijzondere omstandigheden na afloop van die bijzondere omstandigheden, dan is er slechts recht op een toelage uit het Profileringsfonds voor de duur van maximaal vijf maanden Een aanvraag voor een toelage uit het Profileringsfonds kun je indienen bij het STU vóór 1 januari van het studie jaar volgend op het studiejaar waarin de bijzondere omstandigheden zich hebben voorgedaan.
Een aanvraag voor een financiële tegemoetkoming in verband met topsport dien je in op het moment dat je daarvan gebruik wil maken of zo veel eerder als je wenselijk vindt. Uiteraard dient er sprake te zijn van studievertraging. Bij de aanvraag voeg je een verklaring van het NOC*NSF of het regionaal Olympisch netwerk bij. Voeg ook een verklaring van de Dienst Uitvoering Onderwijs bij over de hoogte van de studiefinanciering op de datum van de aanvraag.
Let op: meld een bijzondere omstandigheid op tijd! Te laat melden heeft consequenties voor de duur van de mogelijke toelage uit het Profileringsfonds. Denk aan de uiterlijke termijnen voor het indienen van een aanvraag voor toelage uit het Profileringsfonds. NB: de student is verplicht al het mogelijke te doen om studievertraging te voorkomen dan wel te beperken |
Voorbeeld:
Josien is ziek van 2 januari 2011 tot en met 15 augustus 2011. Zij heeft de ziekte van Pfeiffer. Op 20 februari 2011 meldt zij haar ziekte bij de studieadviseur. Op 15 januari 2012 dient zij een aanvraag in voor een toelage uit het Profileringsfonds. Helaas wordt de aanvraag afgewezen, aangezien de aanvraag voor 1 januari van het volgende studie jaar (dus voor 1 januari 2012) binnen had moeten zijn.
Pieternel wordt op 15 maart 2011 ziek. Op 20 juni meldt zij haar ziekte bij de studieadviseur. Uiteindelijk is Pieternel pas weer in november 2011 de oude. Op 15 januari 2012 dient zij een aanvraag in voor een toelage uit het Profileringsfonds. Helaas wordt de aanvraag afgewezen, aangezien de aanvraag voor 1 januari van het volgende studie jaar (dus voor 1 januari 2012) binnen had moeten zijn.
Klaas krijgt op 20 november 2011 een ernstig auto-ongeluk. Hij moet ongeveer zes maanden revalideren. Uiteindelijk is Klaas 10 maanden niet in staat te studeren (tot 19 september 2012). Op 1 juli 2012 meldt hij het ongeluk bij de studentenadviseur. Gelet op de regeling had Klaas het ongeluk uiterlijk op 19 april 2012 moeten melden of moeten laten melden bij de studentenadviseur/studieadviseur. Deze late melding heeft tot gevolg dat Klaas over de periode van vijf maanden voor de melding op 1 juli 2012 geen recht heeft op een tegemoetkoming uit het Profileringsfonds. Klaas krijgt dus geen tegemoetkoming over de maanden november 2011 tot februari 2012 en wel 1 februari tot en met 19 september 2012). Let op: Klaas moet zijn aanvraag wel voor 1 januari 2013 indienen.
Stel, Klaas uit het vorige voorbeeld meldt de bijzondere omstandigheid pas op 15 oktober 2012, dus nadat de bijzondere omstandigheid is geëindigd. Klaas krijgt slechts over maximaal vijf maanden een tegemoetkoming uit het Profileringsfonds. Let op: ook in deze situatie dient Klaas zijn aanvraag voor 1 januari 2013 in te dienen.
Het aanvraagformulier lever je in, mét bewijsstukken bij het STU. De studentenadviseurs behandelen namens het College van Bestuur alle aanvragen en nemen binnen acht weken na het indienen van een aanvraag een beslissing. Van de beslissing word je schriftelijk op de hoogte gebracht.
Indien sprake is van andere dan de in de regeling genoemde bijzondere omstandigheden, die gelet op de regeling niet zouden worden gehonoreerd en zouden leiden tot onbillijkheden van overwegende aard, kan het College van Bestuur, gehoord de studentendecanen, afwijken van het vorenstaande.
Voordat een besluit tot afwijzing van de aanvraag wordt genomen, ontvang je een voornemen tot afwijzing. Hierop kun je binnen twee weken reageren. Daarna wordt het besluit genomen.
Ben je het niet eens met dat besluit, dan kun je binnen zes weken na bekendmaking van het besluit bezwaar maken door indiening van een bezwaarschrift bij het College van Bestuur. Je kunt het bezwaarschrift inleveren bij of opsturen naar STU, Postbus 513, 5600 MB Eindhoven.
In je bezwaarschrift geef je aan waarom je het niet eens bent met het besluit. Je dateert het bezwaarschrift en voorziet het van je handtekening. Stuur ook een kopie van het besluit mee.
Overgangsbepalingen:
• Reeds toegekende aanspraken die gunstiger zijn dan bij toepassing van de huidige of een toekomstige regeling, blijven ongewijzigd van kracht.