Top of this page
Skip navigation, go straight to the content
In dit ziekteverzuimprotocol staan de stappen beschreven die bij ziekteverzuim moeten worden ondernomen door werkgever, werknemer en de Arbodienst. De rol van casemanager wordt ingevuld door de personeelsadviseur. Deze is belast met de procesbegeleiding en de dossiervorming.
| Verantwoordelijk | Processen | Max. tijdsduur |
| Medewerker | 1ste ziekte-/hersteldag, voor 10.00 uur 's morgens | |
| Secretariaat | Direct | |
| DPO decentraal | Voor 12.00 uur | |
| DPO centraal | Om 12.00 uur | |
| Arbodienst | 5de ziektedag | |
| Arbodienst | Uiterlijk week 6 | |
| Leidinggevende en medewerker | Uiterlijk week 8 | |
| case-manager | Uiterlijk week 9 | |
| Leidinggevende en medewerker | Week 12, 16, 20, 24, 28, 32, 36, 40, 44 en 48 | |
| DPO centraal | Week 39 | |
| Arbodienst | Week 42 | |
| Leidinggevende en medewerker | Week 46/52 | |
| Leidinggevende en casemanager | Maand 18 | |
| Arbodienst | Uiterlijk maand 20 | |
| Leidinggevende en medewerker | Maand 20 | |
| Arbodienst | Maand 20 | |
| Medewerker en DPO centraal | Maand 21 | |
| UWV | Maand 21/24 | |
| UWV | Maand 24 |
Als een medewerker zich niet in staat voelt om te werken, dan meldt hij/zij dit voor 10.00 uur 's morgens bij degene die daarvoor door de directeur bedrijfsvoering/diensthoofd is aangewezen. Dit geldt ook voor de herstelmeldingen.
Vaak zal dit een secretariaat zijn.
Wanneer er sprake is van een uitzonderingsgeval, dan dient dat bij de ziekemelding vermeld te worden. Hierbij kun je denken aan:
Het secretariaat meldt de medewerker ziek of hersteld bij de leidinggevende en bij de P&O-afdeling van de eigen faculteit of dienst.
DPO decentraal voert de verzuimmeldingen dagelijks voor 12.00 uur in het personeelssysteem Oracle HRM.
DPO centraal stuurt alle verzuimmeldingen dagelijks om 12.00 uur naar de Arbodienst.
De Arbodienst neemt rond de 5de ziektedag telefonisch contact op met de zieke medewerker om informatie in te winnen. Aan de hand van de verkregen informatie zal (evt. in overleg met de bedrijfsarts) de vervolgactie bepaald worden. De bevindingen van de telefonische informatie-inwinning worden teruggekoppeld aan de werkgever (directeur bedrijfsvoering/diensthoofd en de personeelsadviseur/casemanager).
De Arbodienst doet daarbij bovendien een uitspraak of er daadwerkelijk sprake is van ziekte. Niet alle situaties waarin een medewerker zich ziek meldt, worden door de Arbodienst als ziekte aangemerkt. Bij een arbeidsconflict bijvoorbeeld hoeft er niet automatisch sprake te zijn van ziekte, maar moet in onderling overleg naar een oplossing gezocht worden.
Oproep voor spreekuurbezoek
Iedere werknemer is verplicht om te voldoen aan een oproep voor het spreekuurbezoek. Indien een werknemer zonder gegronde reden niet verschijnt op het spreekuurbezoek, zal de werkgever hem/haar hierover benaderen en evt. actie ondernemen in de vorm van een sanctie. Indien de werknemer op de genoemde datum/tijd niet naar het spreekuurbezoek kan komen, dan dient hij/zij zelf de afspraak te verzetten. Hiervoor kan contact opgenomen worden met Arbo Unie, telefoonnummer 040 – 216 3057.
De Arbodienst stelt uiterlijk in de 6de week een probleemanalyse en re-integratie advies op t.b.v. de leidinggevende en de medewerker en stuur een afschrift naar de personeelsadviseur/casemanager.
Uiterlijk in week 8 stellen de leidinggevende en werknemer gezamenlijk (evt. met assistentie van de personeelsadviseur) een plan van aanpak op voor herstel en re-integratie. De basis voor het plan van aanpak is de probleemanalyse en het re-integratie advies van de Arbodienst.
De personeelsadviseur/casemanager toetst uiterlijk in week 9 het plan van aanpak aan de wettelijke criteria en koppelt de bevindingen terug maar de leidinggevende en de medewerker. Dit kan mogelijk leiden tot een wijziging van het plan van aanpak. De personeelsadviseur/casemanager stuurt vervolgens een afschrift van het plan van aanpak naar de arbodienst.
Het plan van aanpak dient regelmatig te worden geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. Het SMT kan hierbij mogelijk een adviserende en ondersteunende rol spelen.
De leidinggevende bespreekt minimaal elke 4 tot 6 weken de voortgang van de reïntegratie met de werknemer (evt. met assistentie van de personeelsadviseur) en legt dit schriftelijk vast.
De personeelsadviseur legt een reïntegratiedossier aan, waarin onder meer alle gemaakte afspraken en ondernomen activiteiten gericht op herstel en reïntegratie zijn vermeld.
Op grond van artikel 4 van de ZANU (Ziekte en Arbeidsongeschiktheidsregeling Nederlandse Universiteiten) wordt vanaf 9 maanden ziekte het salaris gekort tot 76% van de volle bezoldiging. Deze korting wordt alleen toegepast over het gedeelte dat de zieke medewerker niet werkt. Deze salariskorting wordt uitgevoerd door DPO centraal.
In de 42ste ziekteweek moet de werkgever de UWV (Uitvoeringsinstituut WerknemersVerzekeringen) informeren over de ziekmelding. De Arbodienst verzorgt namens de TU/e de 42ste-weeks melding en stuurt deze naar de UWV.
Het zogenaamde "opschudmoment" is een evaluatiemoment aan het einde van het eerste ziektejaar (zo tussen 46ste en 52ste week) waarin de re-integratie activiteiten kritisch beoordeeld worden in overleg tussen werkgever en werknemer. Deze evaluatie dient schriftelijk vastgelegd te worden middels het UWV-formulier "evaluatie van het plan van aanpak".
Een zieke medewerker kan bij 2 jaar ziekte ontslagen worden wegens langdurige ziekte.
De Arbodienst geeft een actueel oordeel m.b.t. de belastbaarheid en acturele probleem analyse. Bevindingen worden door de Arbodienst gezonden aan de medewerker, leidinggevende, personeelsadviseur.
Leidinggevende en medewerker evalueren samen het plan van aanpak reïntegratie.
De werkgever stelt (eventueel samen met de werknemer) een reïntegratieverslag op, aan de hand van het dossier dat in de loop van de tijd is opgebouwd. In dit verslag worden de inspanningen vermeld die zijn gepleegd om de werknemer weer aan de slag te laten gaan.
De werkgever verstrekt een afschrift van het reïntegratieverslag aan werknemer t.b.v. de WIA-aanvraag.
De Arbodienst stuurt de medische informatie naar de medewerker.
De werknemer dient de WIA-aanvraag samen met het re-integratieverslag in bij de UWV. De werkgever stuurt het werkgeversgedeelte rechtstreeks naar de UWV, met een kopie aan de werknemer.
UWV toetst of werkgever en werknemer voldoende re-integratie-inspanningen hebben geleverd. Deze toetsing gebeurt aan de hand van het re-integratie verslag.
Mogelijke start uitbetaling van de WIA-uitkering. Een verzekeringsarts van het UWV voert de keuring uit. Hij of zij beoordeelt uw medische beperkingen en mogelijkheden. Indien de medewerker niet volledig arbeidsongeschikt wordt verklaard, zal de arbeidsdeskundige een percentage arbeidsongeschiktheid vaststellen door te kijken naar welk werk hij/zij nog kan verrichten.