Top of this page
Skip navigation, go straight to the content

7 - VERGOEDINGEN EN SCHADELOOSSTELLINGEN

7.1 - Regeling vergoeding verhuiskosten, kosten woon-werkverkeer en pensionkosten

Regeling vergoeding verhuiskosten, tegemoetkoming in kosten woon- werkverkeer en pensionkosten TU/e. (invulling art. 3.21 CAO)

Artikel 1

  1. In dit reglement wordt verstaan onder:
    a. beheerseenheid: een door het College van Bestuur aangewezen onderdeel van de universiteit, respectievelijk een externe met de universiteit verbonden organisatie, dat respectievelijk die afzonderlijk wordt beheerd;
    b. beheerder: degene die krachtens mandaat of submandaat met het beheer van een beheerseenheid is belast;
    c. personeelslid: degene die in dienst is bij de Technische Universiteit Eindhoven;
    d. reisafstand: afstand in kilometers gemeten via de Routeplanner ANWB (kortste route) vanaf de postcode van het woonhuis tot aan die van Den Dolech 2, 5612 AZ, Eindhoven.
  2. Het bepaalde in dit reglement is niet van toepassing op student-assistenten.

Artikel 2
Verhuisplicht:

  1. Een personeelslid is niet verhuisplichtig tenzij een verhuisplicht wordt opgelegd.
  2. Een verhuisplicht kan slechts worden opgelegd als het dienstbelang zulks vordert; dit geschiedt schriftelijk.
  3. Degenen aan wie een verhuisplicht is opgelegd, dienen binnen de periode van een jaar na het opleggen van de verhuisplicht verhuisd te zijn naar een woonplaats binnen een cirkel met een straal van 10 km van de TU/e.
  4. Deze periode kan met maximaal één jaar worden verlengd.

Artikel 3
Recht op een onbelaste verhuiskostenvergoeding:

  1. Een personeelslid aan wie een verhuisplicht is opgelegd, heeft recht op een verhuiskostenvergoeding indien hij binnen de verhuistermijn daadwerkelijk verhuist.
  2. *Overige personeelsleden woonachtig buiten een cirkel met een straal van 25 km, waarbij de TU/e het middelpunt is, die verhuizen binnen een termijn van twee jaren gerekend vanaf de datum van aanstelling dan wel binnen een termijn van een jaar gerekend vanaf de datum van aanstelling indien het een tijdelijke aanstelling betreft van tenminste twee jaren, naar een woonplaats binnen een cirkel met een straal van maximaal 10 km als hiervoor bedoeld, hebben recht op een onbelaste verhuiskostenvergoeding.  Bij het bepalen van het aantal kilometers zal gebruik worden gemaakt van de voornoemde routeplanner.
  3. Een verhuiskostenvergoeding wordt slechts éénmaal verleend.

* Fiscale regelgeving vanaf 1-1-2009:
Om een verhuiskostenvergoeding onbelast te kunnen toekennen dient een verhuizing voldoende samen te hangen met de dienstbetrekking. Voldoende verband met de dienstbetrekking is in ieder geval aanwezig als aan de genoemde verhuistermijn van 2 jaren en de grenzen van 25 en 10 kilometer is voldaan. Om in andere gevallen een onbelaste vergoeding toe te kunnen kennen, dient de zakelijkheid/samenhang met het dienstverband aannemelijk te worden gemaakt.  Als er geen samenhang met de dienstbetrekking aannemelijk kan worden gemaakt wordt er geen of een belaste vergoeding toegekend. Een en ander ter beoordeling van de directeur bedrijfsvoering. Zie bevoegdheid directeur bedrijfsvoering onder art. 15 van deze regeling. Werknemers die minder dan 25 kilometer van hun werk wonen en verhuizen, komen niet voor een onbelaste verhuiskostenvergoeding in aanmerking.

Artikel 4
Vaststelling van de verhuiskostenvergoeding:

  1. De verhuiskostenvergoeding bestaat uit een tegemoetkoming in de transport- en herinrichtingskosten. De maximale vergoeding bedraagt € 2268,90 voor promovendi/TOIO's en € 4537,80 voor overige personeelsleden. Met inachtneming van de maximale bedragen, worden de verhuis- en inrichtingskosten als volgt vergoed:
    Verhuiskosten (kosten voor het overbrengen van de inboedel) worden vergoed na overlegging van originele nota's.
    Voor de overige kosten (herinrichtingskosten, reiskosten gezin en eventuele dubbele huishuur) wordt een tegemoetkoming betaald ter hoogte van € 1542,85 voor promovendi/TOIO's en € 2722,68 voor overige personeelsleden. Voor deze overige kosten hoeft men geen nota's te overleggen.
    Daarnaast worden eenmalig vergoed de reiskosten van een  medewerker uit het buitenland en zijn evt. gezinsleden i.v.m. de verhuizing naar Nederland na overlegging van originele bewijsstukken (tickets e.d.) of declaratie op basis van kilometers (€ 0,19 per km onbelast)
  2. Personeelsleden die elkaars partner zijn en recht hebben op een verhuiskostenvergoeding ontvangen beiden 50% van de vergoeding.

Artikel 5
Aanvraag en uitbetaling:
Het personeelslid vraagt de verhuiskostenvergoeding binnen twee maanden na de verhuizing aan bij de personeelsafdeling van de eigen beheerseenheid middels een aldaar verkrijgbaar formulier onder overlegging van de desbetreffende rekeningen.

Artikel 6
Terugbetaling verhuiskostenvergoeding:

  1. Degene die een verhuiskostenvergoeding ontving en binnen een jaar na de verhuizing op eigen verzoek of als gevolg van aan hemzelf te wijten feiten of omstandigheden bij de TU/e wordt ontslagen, is gehouden de verhuiskostenvergoeding proportioneel terug te betalen.
  2. Het bedrag van de terugbetaling wordt voor iedere maand dat het personeelslid in dienst is geweest vanaf de datum van zijn verhuizing, met een/twaalfde deel van het bedrag van de verleende verhuiskostenvergoeding verminderd.
  3. Wanneer lid 1 van dit artikel van toepassing is, zal met het personeelslid een terugbetalingsregeling worden overeengekomen.

Artikel 7
Recht op een tegemoetkoming in de kosten van woon-werkverkeer hebben de volgende categorieën personeelsleden:

  1. verhuisplichtige personeelsleden zolang zij nog niet zijn verhuisd en ten hoogste gedurende de voor hen geldende verhuistermijn;
  2. personeelsleden in vaste en tijdelijke dienst die wonen op een enkele reisafstand van niet meer dan 50 km van de TU/e;
  3. personeelsleden in vaste en tijdelijke dienst die wonen op een enkele reisafstand van meer dan 50 km van de TU/e, en wel over 50 km.

Artikel 8
Hoogte van de tegemoetkoming:

  1. De tegemoetkoming is gebaseerd op de kosten van een
    NS- jaartrajectkaart 2e klasse en bedraagt 75% van het NS jaartrajecttarief naar rato van het aantal dagen waarop wordt gereisd per week (maximaal 5).
  2. De afstand voor het te hanteren NS jaartrajecttarief wordt bepaald door postcodevergelijk (art. 1, lid 1.d); 1 km = 1 NS-eenheid; evt. afronden naar boven of beneden op hele km/eenheden (naar boven vanaf 0,5)
  3. Om te voorkomen dat er bij kleine afstanden een, fiscaal gezien, bovenmatige vergoeding plaatsvindt, worden er twee berekeningmethoden gehanteerd:
    1. Tegemoetkoming bij enkele reisafstand van 1 t/m 9 km:
      75% x gereisde afstand x 52 weken x km bedrag TU/e.
      Kilometerbedrag bedrag TU/e is vastgesteld op bassis van het tarief jaartrajectkaart voor 10 NS eenheden : 20 km : 214 dagen : 1.7
    2. Tegemoetkoming bij enkele reisafstand van 10 tot maximaal 50 km:
      75% x het bij de reisafstand behorende NS jaartrajecttarief
  4. Werknemers met een hoofdbetrekking elders en een reisafstand van meer dan 50 km, krijgen een tegemoetkoming als hiervoor genoemd onder 3.2 tot en met het maximale NS jaartrajecttarief (90 km).
    Hoofdbetrekking is het dienstverband met de grootste omvang in tijd.

Artikel 9
Afwijking van de vergoeding voor kosten openbaar vervoer:

  1. Praktikanten en stagiaires ontvangen de werkelijk door hen gemaakte reiskosten openbaar vervoer 2e klasse.
    Wanneer de praktikant reiskosten moet maken voor het vervoer tussen zijn woonplaats en de TU/e, dan krijgt hij deze kosten vergoed, tenzij hij een OV-jaarkaart heeft die aan studenten die in aanmerking komen voor een studiefinanciering wordt verstrekt.
  2. Personeelsleden in tijdelijke dienst die wonen op een enkele reisafstand van meer dan 50 km ontvangen gedurende maximaal één jaar over de gehele reisafstand de tegemoetkoming zoals in artikel 8 lid 3.2. Na dat jaar is artikel 7 lid 3 van toepassing.

Artikel 10
Ziekte:
Indien het betreffende personeelslid langer dan een maand aaneengesloten ziek is, wordt de uitbetaling als bedoeld in artikel 8, gestaakt. De uitbetaling wordt hervat met ingang van de datum waarop het personeelslid hersteld is gemeld.

Artikel 11
Aanvraag tegemoetkoming kosten woon-werkverkeer:
Het personeelslid krijgt bij indiensttreding en bij wijziging van het adres de tegemoetkoming in kosten woon-werkverkeer automatisch toegekend.
De tegemoetkoming wordt maandelijks bij het salaris uitbetaald.

Artikel 12
Pensionkostenvergoeding:

  1. Personeelsleden die, gelet op de afstand van hun woonplaats tot de TU/e genoodzaakt zijn in of in de directe omgeving van Eindhoven te overnachten, kunnen een vergoeding terzake ontvangen van de werkelijk gemaakte kosten tot een maximum van € 272,- per maand (maximaal 2 jaar onbelast).
  2. De volgende categorieën personeelsleden kunnen een aanspraak maken op een dergelijke vergoeding:
    a. verhuisplichtige personeelsleden, zolang zij nog niet zijn verhuisd en ten hoogste gedurende de voor hen geldende verhuistermijn;
    b. niet-verhuisplichtige personeelsleden die bij hun aanstelling schriftelijk verklaard hebben te zullen verhuizen, zolang zij nog niet verhuisd zijn en gedurende een termijn van ten hoogste een jaar;
    c. deeltijdmedewerkers die elders een hoofdbetrekking hebben en door hun werkzaamheden bij de TU/e in of in de directe omgeving van Eindhoven moeten overnachten.
  3. Praktikanten en stagiaires die, gelet op de afstand van hun woonplaats tot de TU/e, genoodzaakt zijn in of in de directe omgeving van Eindhoven te overnachten, ontvangen daarvoor een vergoeding van € 57,- per maand.
  4. De categorieën personeelsleden, genoemd in lid 2, komen in aanmerking voor een tegemoetkoming in de reiskosten voor gezinsbezoek. De tegemoetkoming wordt berekend naar de kosten van openbaar vervoer met een maximum van
    € 91,- per maand.

Artikel 13
Aanvraag pensionkostenvergoeding:
Het personeelslid vraagt de pensionkostenvergoeding maandelijks aan bij de salarisadministratie via een aldaar verkrijgbaar formulier.

Artikel 14
Overgangsbepalingen:

  1. Een eerder opgelegde verhuisplicht vervalt bij de inwerkingtreding van deze regeling, voorzover de beheerder binnen 3 maanden na inwerkingtreding van deze regeling niet anders oordeelt.
  2. Aanspraken op een verhuiskostenvergoeding, welke zijn ontstaan vóór de inwerkingtreding van dit besluit, blijven gehandhaafd voorzover deze aanspraken hoger zijn dan de vergoeding op grond van deze vergoedingsregeling.

Artikel 15
Slotbepaling:
Deze regeling gaat in per 1 januari 1997 en kan aangehaald als: "Regeling vergoeding verhuiskosten, tegemoetkoming kosten woon-werkverkeer en pensionkosten TU/e".

Aldus vastgesteld in de vergadering van het College van Bestuur d.d. 24 oktober 1996 en gewijzigd m.i.v. 1-1-2007.

Alhoewel de nieuwe regeling hierin niet voorziet, is het College van mening dat, indien hiervoor gegronde redenen aanwezig zijn, een directeur beheer de beslissingsbevoegdheid heeft om een van de regeling afwijkende vergoeding toe te kennen.

Hierbij dienen echter wel de volgende restricties in acht te worden genomen:

  • een afwijkende vergoeding zal slechts bij uitzondering worden toegekend;
  • de van de regeling afwijkende vergoeding mag niet meer bedragen dan de hoogte van werkelijk gemaakte kosten voor verhuizing, woon-/werkverkeer of pension;
  • de met een personeelslid gemaakte afspraken omtrent toekenning van een van de regeling afwijkende vergoeding dienen, met redenen omkleed, schriftelijk te worden vastgelegd en ter kennis te worden gebracht aan het personeelslid en degene die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de regeling, te weten Hoofd Personeels- en Salarisadministratie;
  • de afwijkende vergoeding zal altijd voor een bepaalde termijn, doch niet langer dan een jaar, worden toegekend;
  • na ommekomst van de termijn wordt bezien of de toekenning van de afwijkende vergoeding zal worden gecontinueerd danwel gewijzigd of ingetrokken.

Van de regeling afwijkende afspraken dienen schriftelijk te worden doorgegeven bij de personeelsadministratie.

 

Naar boven

7.2 - Overwerkvergoeding

1. Overwerkvergoeding (artikel 3.28 CAO)
Ingevolge artikel 3.28 CAO worden, indien de werknemer wordt opgedragen overwerk te verrichten, de extra uren gecompenseerd met een gelijk aantal vrije uren. Daarnaast kent de werkgever extra verlof toe op basis van het onderstaande.. Indien het dienstbelang zich verzet tegen het toekennen van verlof en/of extra verlof in tijd, wordt in plaats hiervan een bedrag in geld toegekend.

Het extra verlof of het bedrag in geld bedraagt een percentage van de duur van het overwerk of van het voor de werknemer geldende salaris per uur, te weten

  • 25% (maandag t/m vrijdag tussen 07.00 uur en 18.00 uur),
  • 50% (maandag t/m vrijdag voor 07.00 of na 18.00 uur en zaterdag tussen 00.00 uur en 16.00 uur) of
  • 100% (voor overwerkuren op zaterdag na 16.00 uur en de overwerkuren op zon- en feestdagen).


Opgemerkt wordt dat overwerkvergoeding slechts mag worden toegekend aan werknemers met een lager maximumsalaris dan dat van schaal 11 die in opdracht overwerk verrichten voor tenminste een half uur of langer aansluitend aan de dagelijkse werktijd. Ook part-timers kunnen dus een overwerkvergoeding krijgen als zij langer moeten werken dan de afgesproken werktijd.

2. Maaltijd bij overwerk
Indien de dagelijkse werktijd van een werknemer op de dag waarop overwerk moet worden verricht, met tenminste 2 overwerkuren wordt verlengd en het dienstbelang naar het oordeel van het bevoegd gezag niet toelaat dat zij haar maaltijd op de hiervoor bestemde tijd en op de voor haar gebruikelijke plaats nuttigt, gelden de regels van het Besluit maaltijdvergoeding bij overwerk. De vergoeding is geen loon voor loonbelasting en premieheffing en wordt op declaratiebasis onder overlegging van bewijsstukken en na accordering van de budgethouder betaald door DFEZ
De maaltijdvergoeding staat los van de overwerkvergoeding. Degenen die vanwege hun salarisindeling niet in aanmerking komen voor overwerkvergoeding (zie 7.1.2), kunnen dus wel in aanmerking komen voor bovengenoemde maaltijdvergoeding.

Naar boven

7.3 - Regeling vergoeding dienstreizen

De Regeling vergoeding dienstreizen vindt u hier.

Naar boven

7.4 - Telefoonkostenvergoeding

Telefoonkostenvergoeding
Het dienstbelang kan het noodzakelijk maken dat een werknemer thuis over een telefoonaansluiting beschikt.

  1. Aansluitings- en abonnementskosten, 100 % vergoeding, bij een salaris niet uitgaande boven het maximumbedrag (inclusief diensttijduitloopperiodieken) van schaal 5; 50 % vergoeding, bij een salaris uitgaande boven het maximum-bedrag van schaal 5 en niet uitgaande boven het maximumbedrag van schaal 7.
    Degenen met een salaris uitgaande boven het laatstbedoelde salarisbedrag kunnen niet voor deze
    vergoeding in aanmerking komen.
  2. Gesprekskosten, al naar gelang de frequentie van de uitgaande dienstgesprekken bedraagt de vergoeding 10, 25 of 50 % van de kosten van alle locale en interlokale dienst- en privégesprekken. Aangezien de frequentie van uitgaande dienstgesprekken moeilijk is vast te stellen, alsmede gelet op het feit dat de noodzaak van het kunnen voeren van uitgaande dienstgesprekken in gelijke mate aanwezig is, wordt voor TU/e-personeelsleden steeds het vergoedingspercentage van 50 aangehouden.
    Bij declaratie van de onderscheiden kosten dienen de nota's overgelegd te worden.

 Let op: bovenstaande regeling is achterhaald door fiscale regelgeving terzake.

 

Naar boven

7.5 - Studiekosten

Studiekosten
De TU/e stimuleert de ontwikkeling van de werknemers onder meer door het verlenen van financiële tegemoetkomingen in studiekosten en (verlof)faciliteiten tijdens de werkuren.
De voorwaarden om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming, zijn vastgelegd in de "Regeling Studiefaciliteiten TU/e".

De regeling is van toepassing op alle werknemers van de TU/e met uitzondering van:

  1. student-assistenten;
  2. promovendi en TOIO's.

Een tegemoetkoming kan onder meer worden verleend in:

  1. Inschrijfgelden, les- en collegegelden, tentamen-, examen- en diplomagelden.
  2. Kosten van leermiddelen, voorzover deze zijn voorgeschreven danwel naar redelijkheid noodzakelijk blijken.
  3. De in verband met de studie noodzakelijke reiskosten van interlokaal vervoer naar het laagste tarief.
  4. De in verband met de opleiding te maken verblijfskosten.
  5. Andere noodzakelijk gemaakte kosten.

Tevens kunnen verloffaciliteiten die voor de studie noodzakelijk zijn worden toegekend en kan van de op de universiteit aanwezige uitrusting gebruik worden gemaakt indien het belang van de dienst zich hiertegen niet verzet.
Nadere informatie omtrent bovenstaande regeling, de aanvraagprocedure e.d. kan worden verkregen bij de personeelsadviseurs.

Men is verplicht, wanneer men binnen 3 jaar na het behalen van het diploma c.q. het afsluiten van een gedeelte van de opleiding uit TU-dienst gaat, voor elke maand dat men eerder weggaat 1/36 deel van de vergoeding terug te betalen.
Voor een als dienstopdracht te ondernemen studie gelden afzonderlijke regels (zie bij loopbaanbegeleiding, vorming en opleiding).

Naar boven

7.7 - Stagiaires/praktikanten

Praktikanten en stagiaires
Bij wijze van "zakgeld" ontvangen praktikanten en stagiaires een tegemoetkoming.
De tegemoetkoming is geen loon in de eigenlijke zin. Toch vinden hierop inhoudingen plaats (sociale verzekeringspremies).
Praktikanten en stagiaires ontvangen de werkelijk door hen gemaakte reiskosten openbaar vervoer 2e klasse.
Wanneer de praktikant reiskosten moet maken voor het vervoer tussen zijn woonplaats en de TU/e, dan krijgt hij deze kosten vergoed, tenzij hij een OV-jaarkaart heeft die aan studenten die in aanmerking komen voor een studiefinanciering wordt verstrekt.

Naar boven

7.8 - Vergoeding bestuursactiviteiten

Regeling vergoeding bestuursactiviteiten TU/e 2007

  1. Universiteitsraad (UR):
    a. De studentleden van de UR hebben recht op een maandelijkse tegemoetkoming van € 245,-;
    b. Alle leden van de UR hebben recht op een forfaitaire onkostenvergoeding van € 385,- per jaar.
    c. De voorzitter van de UR heeft recht op een forfaitaire onkostenvergoeding van € 770,- per jaar.
  2. Faculteitsbestuur (FB):
    a. De voorzitter van het FB (de decaan) heeft recht op een toelage van 15% van het maximum van schaal 18.
    b. Het derde lid van het FB heeft recht op een toelage van 10% van het maximum van schaal 15.
    c. Een opleidingsdirecteur die adviseur is van het FB heeft recht op een toelage overeenkomend met 10% van het maximum van schaal 18.
    d. De studentadviseur van het FB heeft recht op dezelfde vergoedingen als een student-lid van de UR.
  3. Directeur onderzoekschool
    De directeur van een door de KNAW erkende onderzoekschool waarvan de TU/e penvoerder is heeft recht op een toelage van 5% van het maximum van schaal 18.
  4. Faculteitsraad (FR):
    a. De studentleden van de FR hebben recht op en maandelijkse tegemoetkoming van € 100,-;
    b. Alle leden van de FR hebben recht op een forfaitaire onkostenvergoeding van € 195,- per jaar.
  5. Opleidingscommissie (OC)
    De studentleden van de OC hebben recht op een maandelijkse tegemoetkoming van € 100,- alsmede een forfaitaire onkostenvergoeding van € 195,- per jaar.
  6. Dienstraad (DR):
    De leden van de Dienstraad (DR) hebben recht op een forfaitaire onkostenvergoeding van € 195,- per jaar.
  7. De in deze regeling genoemde toelagen maken onderdeel uit van de bezoldiging zoals bedoeld in de CAO NU.

Naar boven

7.9 - Schadeloosstellingen

Door werknemer aan TU/e
Ingevolge artikel 1.17 CAO kan een werknemer worden verplicht tot gehele of gedeeltelijke vergoeding van de door de TU/e geleden schade, voor zover deze aan hem is te wijten.

Door TU/e aan werknemers (en daarmee gelijk te stellen personen) studenten en derden

Verzoeken om schadevergoeding in het kader van wettelijke aansprakelijkheid dienen te worden ingediend bij de DFEZ die zaken doorleidt naar de verzekeraar van de TU/e.

Naar boven

7.10 - 30% regeling

De Nederlandse belastingwetgeving kent een speciale regeling voor werknemers die uit het buitenland zijn aangetrokken en een specifieke deskundigheid bezitten die schaars of niet aanwezig is op de Nederlandse arbeidsmarkt: de 30%-vergoedingsregeling.
Deze regeling houdt in dat de werkgever onder voorwaarden maximaal 30% van het bruto salaris aan de werknemer kan verstrekken in de vorm van een onbelaste kostenvergoeding: de 30%-vergoeding. Onbelast betekent dat er op de vergoeding geen loonheffing en premies sociale verzekeringen worden ingehouden. De 30%-vergoeding is bedoeld als compensatie voor noodzakelijke extra kosten in verband met het aanvaarden van een (tijdelijke) dienstbetrekking buiten het eigen (woon)land, de zogeheten 'extraterritoriale kosten'.

De Technische Universiteit Eindhoven heeft de 30%-vergoedingsregeling  ondergebracht in het Keuzemodel arbeidsvoorwaarden. Dit betekent dat de werknemer een deel van zijn bruto salaris inruilt voor een netto kostenvergoeding: de 30%-vergoeding. Dit resulteert in een hoger netto salaris. Normaliter zou werknemer over de 30%-vergoeding geen pensioen opbouwen, maar opname van de 30%-vergoedingsregeling in het keuzemodel heeft voor hem als voordeel dat hij ook over het bedrag van de 30%-vergoeding pensioen opbouwt. Gebruik van de 30%-regeling heeft voor werknemer een aantal bijkomende effecten waaronder

  1. De 30%-vergoeding wordt berekend over het maandsalaris, vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering.
  2. Omdat werknemer via de 30%-regeling financieel al maximaal gebruik maakt van het keuzemodel, kan hij geen gebruik maken van de overige geld-gerelateerde uitruilmogelijkheden van het keuzemodel. Er kan alleen nog gebruik worden gemaakt van tijd-gerelateerde keuzes als b.v. flexibele werkduur, sparen voor sabbatical, uitbreiding ouderschapsverlof e.d.
  3. Werknemer kan geen aanspraak maken op verdere vergoeding van kosten die als extraterritoriale kosten worden aangemerkt, zoals een onbelaste vergoeding voor de kosten van dubbele huisvesting
  4. Werknemer komt niet in aanmerking voor een Arbeidsmarkttoelage in de zin van artikel 3.14 CAO NU
  5. Over de onbelaste kostenvergoeding (30%-vergoeding) worden geen premies geheven voor de werknemersverzekeringen (WW, WIA). Een eventuele toekomstige uitkering op basis van deze regelingen zal hierdoor lager uitvallen.
  6. Na afloop van het tijdvak waarin de 30%-vergoedingsregeling is toegepast, valt het netto inkomen terug. Werknemer kan dan geen aanspraak maken op compensatie van deze terugval.

Promovendi kunnen niet deelnemen aan de 30% regeling.

Kijk voor de volledige inhoud van de 30%-regeling op de site van de Belastingdienst. Kijk op de site van Rijksoverheid als je graag meer wilt weten over het overgangsrecht wat betreft de 30%-regeling.