Top of this page
Skip navigation, go straight to the content
15 - UITKERING NA EINDE DIENSTVERBAND
Het recht op een werkloosheidsuitkering is voor de werknemers in dienst van universiteiten geregeld in de WW en de Bovenwettelijke Werkloosheidsregeling Nederlandse Universiteiten (BWNU). Het betreft hier een zeer omvangrijke en gecompliceerde regeling. In dit kader zou het teveel ruimte vergen om de hoofdlijnen van de regeling uiteen te zetten.
De tekst van de WW op internet
De tekst van de BWNU op internet (via VSNU)
Vanaf 1 januari 1996 zijn de pensioenrechten van ambtenaren geregeld in het pensioenreglement van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP).
Hieronder volgt een samenvatting van dit reglement.
Deelnemers
Aan het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) nemen deel degenen die in dienst treden van de Technische Universiteit Eindhoven.
Uitgezonderd zijn:
Voor de werknemers bestaan de volgende pensioenen:
Naast deze pensioenen kan men zich individueel bijverzekeren voor een hogere aanvullende uitkering bij gedeeltelijke of volledige arbeidsongeschiktheid via het IP-aanvullingsplan.
Voor mogelijkheden van vrijwillige en aanvullende voortzetting pensioen en afkoopmogelijkheden pensioen: zie www.abp.nl.
Peildatum-inkomen
Onder peildatum-inkomen wordt verstaan het tot een jaarbedrag herleidde inkomen dat op 1 januari van het jaar voor een deelnemer geldt. Dit salaris wordt verhoogd met de vakantie-uitkering alsmede met de vaste toelagen die de deelnemer op 1 januari geniet.
Het peildatum-inkomen wordt genomen als basis voor de premiegrondslag en de pensioengrondslag.
Franchise
Voordat het pensioen wordt berekend, wordt een vermindering op het inkomen toegepast, omdat men tevens recht heeft op een AOW-pensioen. Deze vermindering wordt franchise genoemd.
Ouderdomspensioen
In het algemeen heeft men uitzicht op een ouderdomspensioen op de leeftijd van 65 jaar.
Vanaf 1-1-2004 wordt hierbij het middelloonsysteem gehanteerd.
Nabestaandenpensioen
De partner van de overledene heeft meestal recht op nabestaandenpensioen. Basisvoorwaarde is dat de relatie vóór de 65ste verjaardag van de overledene officieel werd. Verder is belangrijk of de overledene nog pensioen bij ABP opbouwde op het moment van overlijden. Dat is het geval als hij op het moment van overlijden nog werkte, een ontslaguitkering ontving, of invaliditeitspensioen.
Voor meer informatie: ABP en Sociale VerzekeringsBank (SVB)
Anw-compensatie
De partner heeft recht op de Anw-compensatie als hij geen Anw ontvangt of als zijn Anw wordt gekort omdat hij eigen inkomsten heeft.
Voorwaarde is verder: de overledene bouwde nog pensioen op bij ABP, via werk, ontslaguitkering of invaliditeitspensioen. Of de overledene kreeg al FPU of pensioen van ABP. Omgekeerd geldt dus: bouwde de overledene geen pensioen meer op bij ABP en was hij nog niet met FPU of ouderdomspensioen, dan heeft zijn partner geen recht op de Anw-compensatie. De duur
Hoelang de partner Anw-compensatie krijgt hangt af van de leeftijd van de partner op het moment dat de ABP-deelnemer overlijdt.
Reserve-overdracht
Vanaf 8 juli 1994 bestaat er een wettelijke regeling die geldt voor alle pensioenfondsen in Nederland.
Hierdoor zijn zowel het ABP als de particuliere pensioenfondsen verplicht aan een verzoek om reserve-overname of reserve-overdracht mee te werken.
Verzoek om reserve-overname
Is het deelnemerschap bij het oude pensioenfonds beëindigd voor 8 juli 1994 dan moet het verzoek binnen twee jaar na aanvang van het deelnemerschap worden ingediend bij het ABP.
Bij andere pensioenfondsen kan echter een andere termijn gelden.
Verzoek om reserve-overdracht
Is het deelnemerschap beëindigd op of na 8 juli 1994, dan moet een verzoek binnen twee maanden na toetreding tot het nieuwe pensioenfonds worden ingediend bij dat pensioenfonds.
Is het deelnemerschap voor 8 juli 1994 beëindigd, dan moet het verzoek binnen twee jaar na beëindiging van het deelnemerschap worden ingediend bij het ABP.
Bij andere pensioenfondsen kan echter een andere termijn gelden.
Flexibel pensioen en uittreden (FPU) of Keuzepensioen
De FPU-regeling geldt vanaf 1-1-2006 alleen nog voor werknemers die geboren zijn voor 1950 en vanaf 1-4-1997 onafgebroken in dienst zijn geweest bij een ""ABP-werkgever"".
Voor werknemers geboren na 1949 geldt een zgn. Keuzepensioen. Zij kunnen kiezen om met pensioen te gaan tussen de leeftijd van 60 en 70 jaar.
Voor meer informatie over FPU en Keuzepensioen: zie ABP.
Collectieve arbeidsongeschiktheidsverzekering IPAP (= InvaliditeitsPensioen AanvullingsPlan) via Loyalis.
Met ingang van 1-8-2007 heeft de TU/e voor haar personeelsleden een collectieve arbeidsongeschiktheidsverzekering IPAP bij Loyalis afgesloten. Deze verzekering geldt in principe voor alle medewerkers met een ambtelijk inkomen die pensioenpremie ABP betalen. De verzekering kost de medewerkers niets. De TU/e betaalt de premie Het IPAP kent in principe 3 verzekeringsmogelijkheden:
De Tu/e heeft alleen voor de situatie als hiervoor genoemd onder 1., dus gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid i.c.m. werkloosheid, een collectieve verzekering voor alle werknemers afgesloten.
Medewerkers kunnen desgewenst van een bestaand ""open"" collectief gebruik maken om op individuele basis een verzekering voor volledige arbeidsongeschiktheid af te sluiten.
Niet onder het collectief, niet verzekerd of geen verzekerbaar belang.
Waarom IPAP
Met de komst van de WIA en de daarop volgende wijziging van de arbeidsongeschiktheidsregeling van het ABP, is het arbeidsongeschiktheidsstelsel en de daarbij behorende uitkeringen ingrijpend gewijzigd. In het slechtste geval kan de combinatie gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid en werkloosheid op termijn leiden tot een inkomensachteruitgang tot bijstandsniveau.
Via IPAP kan men zich voor een groot deel tegen deze inkomensachteruitgang verzekeren
Relatie IPAP en WIA
IPAP is aangepast aan de systematiek van de WIA. De WIA kent een basisregel: hoe meer een gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelf met arbeid verdient, hoe hoger zijn totale inkomen wordt. Deze systematiek wordt ook toegepast bij IPAP. De uitkering is 70% van het verschil tussen het oude en het nieuwe inkomen. Werkt iemand helemaal niet, dan garandeert IPAP een inkomen van 70%. Heeft iemand zelf nog inkomsten, dan kan zijn totale inkomen stijgen tot 92%. Door de collectieve IPAP verzekering daalt het inkomen dus nooit onder de 70%.
Als daarnaast op individuele basis ook nog een verzekering wordt afgesloten voor volledige arbeidsongeschiktheid, keert IPAP 10% uit, aanvullend op de WIA-uitkering of het Arbeidsongeschiktheidspensioen van ABP.
Individueel aanmelden voor de IPAP-verzekering volledige arbeidsongeschiktheid kan via de personeelsafdeling van een beheerseenheid.
Nadere uitleg/informatie en/of advies kan worden verkregen bij de Loyalis-verzekeringen
De bezoldiging van de werknemer wordt uitbetaald tot en met de laatste dag van de maand van overlijden (artikel 7.6 lid 1 CAO).
Aan de weduwe, weduwnaar of geregistreerd partner, van wie de overleden werknemer niet duurzaam gescheiden leefde, wordt zo spoedig mogelijk na het overlijden van de werknemer een netto-uitkering toegekend die gelijk is aan de brutobezoldiging over een tijdvak van 3 maanden.
(artikel 7.6 lid 2 CAO).
Is er geen weduwe of weduwnaar, dan geschiedt de uitkering ten behoeve van de minderjarige kinderen. Ontbreken deze kinderen dan geschiedt de uitkering aan ouders, meerderjarige kinderen, broers of zusters indien de overleden werknemer kostwinner was voor deze personen.
Zijn ook laatstgenoemden niet aanwezig dan komt de uitkering toe aan de partner van de overleden werknemer, met wie zij een niet-huwelijkse relatie onderhield, d.w.z. samenwoonde, ongeacht het geslacht van die persoon, mits de werknemer een notariële verklaring omtrent het bestaan van haar relatie heeft ingediend.
Protocol bij overlijden van personeelsleden en studenten
Bij overlijden van werknemers, zijnde personen die in dienst van de TU/e werkzaam zijn, studenten, zijnde personen die aan de TU/e zijn ingeschreven als student of extraneus, geldt het volgende protocol:
1. Schriftelijke condoléance.
Namens het College van Bestuur door de secretaris van de TU/e bij overlijden van personeelsleden.
Door de rector magnificus bij overlijden van studenten.
2. Externe berichtgeving.
Op initiatief van de beheerseenheid wordt -voor rekening van de TU/e-volgens eenzelfde opzet, namens de TU/e-gemeenschap een overlijdensadvertentie geplaatst in één landelijk of één regionaal dagblad; met betrekking tot de financiële aspecten neemt de beheerder contact op met de beheerder van de protocolbudgetten.
3. Interne berichtgeving.
Op initiatief van de beheerseenheid wordt mede namens het College van Bestuur -volgens eenzelfde opzet- een bericht van overlijden in de Cursor geplaatst, te verzorgen door de beheerder; zulks onverminderd de mogelijkheid van redactionele berichtgeving.
4. Vlagvertoon.
Hetzij op de dag van overlijden, hetzij op de dag van crematie/begrafenis -dit volgens wens van de familie- wordt halfstok gevlagd conform het vlaggenprotocol.
5. Bijwonen crematie/begrafenis.
6. Over de uitvoering van de punten 2 t/m 4 wordt vooraf door de beheerder overleg gepleegd met de familie.
7. Desgewenst kan het College van Bestuur een ruimere toepassing geven aan deze regeling.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het College van Bestuur d.d. 1 november 1984, CvB 116.552-B.