Top of this page
Skip navigation, go straight to the content

14 - BEZWAAR EN BEROEP

14.1 - Bezwarenprocedure bij het College van Bestuur

Op 1 januari 1994 is de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) in werking getreden.
Het doel van deze wet is om personen die het niet eens zijn met een beslissing van een overheidsorgaan, het zo eenvoudig mogelijk te maken om zijn/haar bezwaren tegen deze beslissing kenbaar te maken. In de AWB staan dan ook regels om procedures waar burgers mee te maken kunnen hebben zoveel mogelijk volgens standaardvoorschriften te laten verlopen.
Als men het niet eens is met een bepaalde beslissing van een overheidsorgaan, dus ook van de universiteit, moet men altijd dezelfde bezwaren- en beroepsprocedures volgen.

De inwerkingtreding van de AWB heeft dan ook tot gevolg dat de bestaande bezwaren- en beroepsregelingen van de universiteit aan deze wet zijn aangepast.
De AWB is van toepassing bij alle rechtspositionele beslissingen waarbij een werknemer belang heeft. Dit zijn bijvoorbeeld beslissingen over studiefaciliteiten, ouderschapsverlof, funktiewaarderingen, beoordelingen, salaris en ontslag.

Wanneer een werknemer het niet eens is met een beslissing, kan deze binnen 6 weken een bezwaarschrift indienen bij het College van Bestuur.

Dit zal de werknemer al zijn meegedeeld in de brief waarin de beslissing staat vermeld. Zodra een werknemer een bezwaarschrift heeft ingediend, wordt zij van het verdere verloop op de hoogte gehouden. Het College van Bestuur moet beoordelen of de beslissing in alle redelijkheid genomen had kunnen worden. Het College zal hiervoor in de meeste gevallen advies vragen aan de Advies Commissie Beroep en Bezwaar. Deze commissie houdt een hoorzitting waar de werknemer en degene die namens het College van Bestuur het besluit genomen heeft een toelichting kunnen geven. De commissie adviseert het College van Bestuur en het College van Bestuur besluit vervolgens op het bezwaarschrift.

Wanneer een werknemer een bezwaarschrift tegen een besluit indient, blijft dat besluit gewoon van kracht. Het besluit kan dus uitgevoerd worden. Pas wanneer het College van Bestuur meent dat het besluit niet in stand kan blijven, wordt het herroepen.
In geval van ontslag wegens opheffing functie, overtolligheid van personeel, het verlies van een vereiste voor benoembaarheid of wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid gaat het ontslag niet eerder in dan een week nadat het College van Bestuur de beslissing op het bezwaar heeft genomen (artikel 8.9 lid 3 CAO).

Naar boven

14.2 - Beroepsprocedure bij de arrondissementsrechtbank

Wanneer een werknemer het niet eens is met het besluit dat door het College van Bestuur is genomen op het bezwaarschrift als beschreven in 14.1 kan zij binnen 6 weken een beroepschrift indienen bij de Arrondissementsrechtbank, sector Bestuursrecht, waaronder haar woonplaats ressorteert. De kosten daarvan bedragen 138 Euro aan griffierechten. Als de rechter de werknemer in het gelijk stelt, krijgt zij dat geld weer terug.
Wordt de werknemer niet in het gelijk gesteld, dan kan zij in hoger beroep gaan bij de Centrale Raad van Beroep (CRvB) te Utrecht.

Naar boven

14.3 - Bedenkingenprocedure

Bij beoordeling is een bezwarenprocedure pas mogelijk als eerst een bedenkingenprocedure is doorlopen. Wie het niet eens is met de uitkomst van de bedenkingenprocedure kan bezwaar aantekenen bij het College van Bestuur.
De bedenkingenprocedure bij beoordelingen is geregeld in de Regeling vaststelling beoordeling TU/e 1994 .

Naar boven

14.4 - Bij commissie gelijke behandeling

De Algemene Wet Gelijke Behandeling verbiedt het bevoegd gezag o.a. onderscheid te maken tussen mannen en vrouwen bij de aanstelling tot ambtenaar in de beloning en de andere arbeidsvoorwaarden, bij het verstrekken van onderricht, bij de bevordering en bij de beëindiging van het dienstverband.
De werknemer die meent dat in haar nadeel een genoemd onderscheid is gemaakt, kan zich wenden tot de Commissie gelijke behandeling met het verzoek haar zienswijze daaromtrent kenbaar te maken.

Het advies van de Commissie heeft niet het karakter van een rechterlijke uitspraak. De commissie heeft de bevoegdheid de rechter te entameren als een oordeel niet wordt nageleefd.

Het adres luidt: Commissie Gelijke behandeling, postbus 16001, 3500 DA  Utrecht.

Naar boven