Top of this page
Skip navigation, go straight to the content
5 - BEZOLDIGING
Begripsbepalingen
De bezoldiging dient te geschieden volgens hoofdstuk 3 van de CAO.
Voor een juist begrip van de bezoldigingsregels volgt hieronder artikel 1.1 p t/m y CAO, waarin een aantal begripsbepalingen zijn opgenomen:
Artikel 1.1 In deze CAO wordt verstaan onder:
Uitgangspunt (artikel 3.5 lid 1 CAO)
De salarisschaal die voor de werknemer geldt, wordt door de werkgever bepaald met
inachtneming van de regels van het universitair systeem van functieordenen zoals
opgenomen in de bijlage bij de CAO getiteld “Universitair Functieordenen (UFO),
Bijlage bij de CAO Nederlandse Universiteiten 2003-2004” en met inachtneming van
de regels met betrekking tot loopbaanvorming bedoeld in artikel 6.5
Artikel 3.8 Aanloopschalen
1. Indien bij aanstelling in een voor de werknemer nieuwe functie zij deze functie nog
niet volledig kan vervullen, kan zij in een aanloopschaal worden ingeschaald.
2. Zodra een beoordeling tijdens de duur van de inschaling in de aanloopschaal uitwijst
dat de werknemer de functie naar behoren vervult, wordt zij ingeschaald in de bij de
functie behorende salarisschaal.
3. De aanloopschaal, zoals genoemd in lid 1 en 2, is de naastlagere salarisschaal, behalve
voor salarisschaal 10 waarvoor salarisschaal 8 de aanloopschaal is.
4. De maximale duur van de inschaling in een aanloopschaal is twee jaar.
5. Indien de werknemer 6 maanden voor afloop van de in lid 4 genoemde maximale termijn de functie nog niet volledig vervult, overlegt de werkgever met de werknemer over een
ander loopbaanperspectief, binnen of buiten de instelling.
Bij overplaatsing binnen de TU/e zal uitgegaan moeten worden van artikel 3.6 CAO:
"Anders dan bij wijze van disciplinaire maatregel als bedoeld in artikel 6.12, kan zonder voorafgaand ontslag voor een werknemer geen salarisschaal gaan gelden met een lager maximum salaris dan dat van de reeds voor haar geldende salarisschaal".
Bij overplaatsing binnen de TU/e kunnen zich ten aanzien van de bezoldiging vier situaties voordoen:
Inleiding
Beloningsdifferentiatie houdt in dat op grond van het persoonlijk functioneren verschillen in beloning tussen werknemers kunnen worden aangebracht.
Uitgangspunt blijft weliswaar dat de zwaarte van de functie bepalend is voor de salarisschaal waarin men bezoldigd wordt maar daarnaast mag persoonlijk functioneren de bezoldiging mede beïnvloeden.
In het kader van beloningsdifferentiatie worden drie vormen onderscheiden:
a. de (extra) salarisverhoging (door middel van het toekennen van periodieken);
b. de tijdelijke functioneringstoelage;
c. de gratificatie.
Onderstaand wordt daarop nader ingegaan.
De drie beloningsvormen
De (extra) salarisverhoging:
Het naar het oordeel van het bevoegd gezag naar behoren vervullen van de functie leidt tot verhoging van het salaris naar het naasthogere schaalbedrag (een periodiek). Het naar het oordeel van het bevoegd gezag zeer goed of uitstekend vervullen van de functie kan leiden tot het toekennen van meer dan een periodiek. Vervult de werknemer haar functie naar het oordeel van het bevoegd gezag niet naar behoren, dan blijft salarisverhoging (het toekennen van een periodiek) achterwege.
Het automatisme in het toekennen van een periodieke salarisverhoging is nu verdwenen. Aan een salarisverhoging (en aan het onthouden van een periodieke salarisverhoging) zal steeds een oordeel over het functioneren van de werknemer ten grondslag moeten liggen.
De tijdelijke functioneringstoelage:
Werknemers die op hun maximumsalaris staan kunnen ingevolge artikel 3.13 CAO in aanmerking komen voor een tijdelijke toelage. De toelage kan voor een jaar worden toegekend als het bevoegd gezag vindt dat er sprake is van een zeer goede of uitstekende vervulling van de functie.
De toelage zal voor alle salarisschalen maximaal 10% van het maximum van de schaal bedragen.
Een werknemer kan ook minder krijgen dan de maximale toelage.
De toelage wordt berekend over het maximum van de salarisschaal die voor de desbetreffende werknemer geldt. Zonder nieuw besluit van het bevoegd gezag vervalt de functioneringstoelage na een jaar. Hiervan kan overigens worden afgeweken als het bevoegd gezag meent dat er bijzondere omstandigheden zijn die aanleiding geven om een functioneringstoelage voor een langere duur dan één jaar te verlenen.
De gratificatie:
In artikel 3.20 CAO is een artikel betreffende gratificatieverlening opgenomen. Gratificaties kunnen worden verleend bij bijzondere (eenmalige) prestaties.
Daarnaast wordt het mogelijk om bij "lichtere" vormen van eenmalige prestaties in plaats van een geldelijke waardering een andere vorm te gebruiken: cadeaubon, boekenbon of dergelijke.
De drie beloningsvormen kunnen schematisch als volgt worden samengevat:
Overzicht welke beloningsvormen voor welke werknemer
Werknemer | Beloningsvorm | Periodieke salarisverhoging | Tijdelijke toelage | Gratificatie |
Nog niet op maximum salaris | X |
| X | |
Op maximum salaris | X | X |
In het schema is nog eens aangegeven welke vorm van beloningsdifferentiatie van toepassing kan zijn. De (extra) salarisverhoging kan uiteraard alleen gegeven worden aan werknemers die nog niet hun maximumsalaris hebben bereikt. De tijdelijke functioneringstoelage kan juist alleen gegeven worden aan werknemers die hun maximumsalaris wel hebben bereikt. Voor gratificaties geldt dat - bij het verrichten van bijzondere prestaties - in principe elke werknemer in aanmerking kan komen, ongeacht of hij al dan niet het maximumsalaris van zijn salarisschaal verdient.
Procedurele aspecten
Zoals eerder gesteld dient aan een beloningsbeslissing een oordeel over het functioneren van de werknemer ten grondslag te liggen. Dit veronderstelt dat jaarlijks bewust wordt stilgestaan bij de beloning van elke werknemer.
Bij de TU/e is in dit verband bepaald dat per beheerseenheid een procedure ontwikkeld zal moeten worden waarin wordt geregeld:
a. de wijze waarop eenmaal per jaar de beloning van elke werknemer wordt bezien;
b. de wijze waarop de besluitvorming m.b.t. de beloning plaatsvindt. (inrichting voorstel; vormgeving van de beslissing; mededeling aan betrokkene).
Daarnaast dienen beloningsbeslissingen steeds onderbouwd te zijn. Die onderbouwing zal zwaarder moeten zijn naarmate de beslissing verder strekkende gevolgen heeft.
Bij de TU/e is hierover het volgende bepaald:
Wanneer een formele beoordeling moet worden opgemaakt gebeurt dit volgens de daarvoor geldende procedure en naar de punten vermeld op het beoordelingsformulier.
Wanneer de onderbouwing een schriftelijk document vereist moeten daarbij de volgende punten in beschouwing worden genomen:
Deze gezichtspunten kunnen per beheerseenheid nader uitgewerkt worden. Overigens wordt er vanuit gegaan dat een chef op voorhand aan de werknemer duidelijk maakt wat onder een goede kwantiteit en kwaliteit van de output wordt verstaan.
Beloningsbeslissingen worden genomen door de directeur beheer/beheerder behalve als het het toekennen van extra periodieke salarisverhogingen aan hoogleraren betreft; daarover beslist het College van Bestuur.
a. Waarnemingstoelage, artikel 3.15 CAO
Op grond van artikel 3.15 kan aan een werknemer, die minstens 30 kalenderdagen bij wijze van waarneming een hoger gewaardeerde functie vervult een waarnemingstoelage worden toegekend voor de duur van de waarneming.
Bij volledige waarneming is het bedrag van de toelage gelijk aan het verschil tussen het salaris dat de werknemer (in haar eigen functie) geniet en het salaris dat zij zou genieten, wanneer de hogere salarisschaal (dus niet: het hogere salarisbedrag) voor hem zou hebben gegolden
(artikel 3.15 lid 2). Betrokkene krijgt het verschil tussen haar eigen salaris en het salaris in de schaal die zij vervangt, en dan het naast hogere salarisnummer, net als bij bevordering.
Dus niet wat de werknemer verdient die zij vervangt.
Voorbeeld: Het eigen salaris is 6.4. Het salaris van de te vervangen functie is 7.10. Betrokkene krijgt in schaal 7 het naast hogere bedrag van wat zij in 6.4. had.
Bij gedeeltelijke warneming wordt de toelage naar evenredigheid toegekend.
b. Garantietoelage minimumloon, artikel 3.18 CAO
Als het salaris minder is dan het maandbedrag van het wettelijk minimumloon wordt op grond van dit artikel op het schaalbedrag een toelage tot het wettelijk minimumloon toegekend. Voor werknemers met een onvolledige werktijd wordt de toelage naar evenredigheid vastgesteld.
c. Toelage onregelmatige dienst, artikel 3.25 CAO
Voorwaarden voor het verkrijgen van deze toelage zijn:
Deze bepalingen gelden wanneer men volgens rooster werkzaam is. De nadruk ligt op "arbeid verrichten". Dit artikel is niet van toepassing op promovendi.
d. Toelage bereikbaarheid- en aanwezigheidheidsdienst, artikel 3.27 CAO
1 De werkgever kent de werknemer, behorend tot het ondersteunend en beheerspersoneel voor wie een lagere salarisschaal geldt dan schaal 11, die buiten de werktijden die voor hem gelden op grond van een werktijdregeling als bedoeld in artikel 4.2, volgens schriftelijke opdracht van de werkgever zich regelmatig of vrij regelmatig bereikbaar en beschikbaar moet houden om bij oproep arbeid te verrichten, een toelage toe.
3 De toelage, die op grond van lid 2 is berekend wordt verhoogd met 25% van het salaris per uur indien er sprake is geweest van een aanwezigheidsdienst.
4 Bij het verrichten van spoedeisend werk wordt toepassing gegeven aan het gestelde in artikel 3.28 met inachtneming van het volgende:
e. Arbeidsmarkttoelage, artikel 3.14 CAO
Aan een werknemer kan om redenen van mobiliteit, werving of behoud een toelage worden toegekend. De toelage maakt deel uit van de pensioengrondslag.
Aan een werknemer kan om redenen van mobiliteit, werving of behoud een toelage worden toegekend. De toelage is gekoppeld aan de voorwaarde van een bepaalde termijn van binding aan de dienst. In beginsel zal de toelage niet mogen worden uitbetaald voordat de tevoren vastgestelde termijn is "uitgediend"; wel bestaat de mogelijkheid om binnen de totale termijn op voorhand een fasering aan te brengen met daaraan gekoppeld een proportionele uitbetaling van de premie. Verlaat de werknemer de dienst voordat de gehele termijn is uitgediend dan verliest hij zijn aanspraken op het resterende deel van de toelage; het gedeelte dat hem reeds proportioneel was uitbetaald kan echter niet worden teruggevorderd.
Toepassing van bovengenoemde maatregel mag de interne beloningsverhoudingen niet verstoren. Voorts geldt nog dat bij toekennen van een arbeidsmarkttoelage om redenen van mobiliteit, werving of behoud de wijze van functioneren en de mate waarin betrokkene essentieel is voor de dienst een belangrijke rol spelen.
Voor de TU/e gelden de volgende bepalingen:
De vakantie-uitkering wordt berekend over het salaris plus de eventuele toelagen per maand. Dus niet over de overwerkvergoeding in geld (art. 3.28). De vakantie-uitkering wordt uitbetaald in de maand mei.
De werknemer heeft aanspraak op een gratificatie bij een ambts- en/of dienstjubileum
1. Dienstjubileum:
2. Ambtsjubileum:
3. Proportioneel ambtsjubileum:
a. Aan werknemers die de TU/e verlaten met een volledige FPU-uitkering of een volledig ABP Keuzepensioen zal een proportionele 25 of 40-jarige ambtsjubileumgratificatie worden toegekend.
b. Ditzelfde geldt voor personeelsleden aan wie eervol ontslag wordt verleend op basis van opheffen functie, overtolligheid of blijvende volledige arbeidsongeschiktheid.
Voorwaarden bij 3.a:
het 25- of 40-jarig jubileum wordt vóór het bereiken van de 65-jarige leeftijd bereikt.
Voorwaarden bij 3.b:
Berekening hoogte gratificatie:
Als er in de totale diensttijd of ambtsperiode meer dan 12 maanden in deeltijd is gewerkt, wordt deze deeltijdfactor meegenomen bij de berekening van de hoogte van de gratificatie
Voorbeeld-berekening:
Werknemer heeft in de 25 jaar (300 maanden) voorafgaand aan zijn jubileum 22 jaar (264 maanden)voltijd gewerkt, 2 jaar (24 maanden) deeltijd voor 0,6 en 1 jaar (12 maanden) deeltijd voor 0,5.
Hoogte gratificatie wordt dan:
264/300 x bruto maandsalaris plus
24/300 x 0.6 x bruto maandsalaris plus
12/300 x 0,5 x bruto maandsalaris