Top of this page
Skip navigation, go straight to the content

Algemeen

In de CAO Nederlandse Universiteiten is overeengekomen dat een keuzemodel arbeidsvoorwaarden wordt ingevoerd. Met het keuzemodel kunnen werknemers bepaalde arbeidsvoorwaarden (bronnen) inzetten als ruilmiddel tegen andere arbeidsvoorwaarden (doelen).

Op 12 december 2001 zijn het College van Bestuur en vertegenwoordigers van vakorganisaties in het instellingsgebonden overleg overeengekomen dat met ingang van 1 januari 2002 bij de TU/e als volgt invulling gegeven zal worden aan bedoeld keuzemodel.

Laatste wijziging: inzet bruto salaris voor keuzemodel m.i.v. 2011.

Naar boven

1- Uitgangspunten

  • Budgetneutraliteit
  • Administratief uitvoerbaar en overzichtelijk
  • Elke werknemer is zelf verantwoordelijk voor de gemaakte keuzes

1.1 Budgetneutraliteit
In de CAO wordt budgetneutraliteit op instellingsniveau als voorwaarde gesteld

1.2 Administratief uitvoerbaar en overzichtelijk
Het keuzemodel kent vijf bronnen en dertien doelen. Hierdoor ontstaan veel verschillende keuzemogelijkheden. Dit brengt al een omvangrijke uitvoeringslast met zich mee. Het toegankelijk maken van het keuzemodel voor bepaalde groepen werknemers leidt tot grote administratieve lasten. Om die reden wordt onder punt 2 bepaalde groepen werknemers van het keuzemodel uitgezonderd. Daarnaast is het streven om het keuzemodel overzichtelijk te houden, d.w.z. dat bepaalde keuzemogelijkheden, waarvoor een derde partij ingeschakeld zou moeten worden (o.a. extra opbouw OP/IP/NP) voorlopig niet in het keuzemodel worden opgenomen.

1.3 Gevolgen van deelname en eigen verantwoordelijkheid
De keuzes hebben geen gevolgen voor de pensioengrondslag als de verlaging (uitruil) niet meer bedraagt dan 30% van het oorspronkelijke pensioengevende inkomen.

Bij inzet van het bruto salaris voor het keuzemodel wordt, voor zover van toepassing, het uurloon voor de berekening van de hierna genoemde toelagen zodanig vastgesteld als ware het bruto salaris niet verlaagd.

  • CAO art. 3.4: eindejaarsuitkering
  • CAO art. 3.12 t/m 3.15: resp. vakantie-uitkering, functioneringstoelage, arbeidsmarkttoelage en waarnemingstoelage.
  • CAO art. 3.19: ambts-/dienstjubileumgratificatie
  • CAO art. 3.25 t/m 3.28: toelage voor arbeid op ongebruikelijke werktijden, afbouwtoelage voor werken op ongebruikelijke werktijden, bereikbaarheids- en aanwezigheidsdienst en overwerk.
  • CAO art. 7.6: overlijdensuitkering.  

Een verhoging of verlaging van het bruto- en belastbaar inkomen kan gevolgen hebben voor de hoogte van een WW- of een WIA uitkering. Maar ook voor andere zaken als bijvoorbeeld huursubsidie, studiefinanciering en hypotheekrente-aftrek.
De werkgever zal zich inspannen om werknemers op die gevolgen te wijzen. Een keuze blijft echter een verantwoordelijkheid van de werknemer. Na de schriftelijke bevestiging van de keuze door de werkgever kan een werknemer niet terugkomen op de gemaakte keuze.

Naar boven

2- Wie mogen mee doen?

Alle werknemers van de TU/e zoals bedoeld in de CAO NU, art. 1.1, kunnen gebruik maken van het keuzemodel met uitzondering van de volgende groepen:

  • Student-assistenten
  • Stagiaires/praktikanten
  • Werknemers met een dienstverband voor bepaalde tijd van 1 jaar of korter. (Wel kunnen deelnemen:werknermers in tijdelijk dienstverband met uitzicht op vast dienstverband)
  • Oproepkrachten (surveillanten)
  • Onbezoldigden
  • Deelnemers aan de 30%-regeling

Werknemers met een deeltijdaanstelling hebben dezelfde keuzemogelijkheden als werknemers met een voltijds dienstverband. De keuzemogelijkheden gelden voor deeltijders volledig en niet naar evenredigheid.

Naar boven

3- Keuze(moment)

De werknemer krijgt de mogelijkheid om zijn keuze(s) schriftelijk aan de beheerder van zijn eenheid kenbaar te maken. Indien de werknemer zijn keuze kenbaar maakt na de hierna genoemde keuzemomenten, wordt zijn verzoek niet gehonoreerd. De keuze van de werknemer wordt definitief nadat de beheerder van de eenheid schriftelijk heeft ingestemd met de keuze dan wel de keuze schriftelijk heeft bevestigd

  • Voor de inbreng van vrije uren: kiezen vóór 1 oktober van het kalenderjaar waarin het recht op vrije uren wordt opgebouwd
  • Bruto maandsalaris inzetten: keuze maken vóór 21 oktober.
  • Vakantiegeld inzetten: keuze maken vóór 21 april
  • *Eindejaarsuitkering inzetten: keuze maken vóór 21 oktober.
  • *Gratificatie inzetten: keuze kan gemaakt worden zodra bekend is dat gratificatie wordt verleend tot 1e v.d. maand waarin de gratificatie betaald
  • De keuze van de werknemer heeft uitsluitend betrekking op het komende of lopende kalenderjaar tenzij het gaat om een keuze waarbij de mogelijkheid tot meerdere kalenderjaren is aangegeven
  • Keuze werkduur? Keuze maken voor 1 december. Indien medewerkers geen keuze maken wordt de laatste geregistreerde keuze stilzwijgend voor een jaar verlengd.

*Let op: alle geld-gerelateerde keuzes dienen vóór 21 oktober bij de personeelsafdeling van de beheerseenheden (HR-services) te worden ingeleverd, anders kunnen deze in het lopende jaar niet meer worden verwerkt.

Naar boven

4- Beslissing

Een beslissing op een ingediend verzoek wordt door de beheerder (directeur bedrijfsvoering/diensthoofd) schriftelijk aan de werknemer meegedeeld. Indien een werknemer tijd in tijd of geld in geld wil omzetten, honoreert de beheerder het verzoek conform CAO NU artikel 5.9 lid 2. Ten aanzien van een verzoek tot omzetting van tijd in geld of geld in tijd kan een beheerder, nadat hij daarover overleg heeft gehad met de werknemer, dit verzoek onder opgaaf van redenen afwijzen. Op grond van artikel 5.9 van de CAO zijn redenen om het verzoek niet te honoreren in ieder geval aanwezig, indien de honorering van het verzoek leidt tot ernstige problemen:

  • voor de bedrijfsvoering bij de herbezetting van vrijgekomen uren;
  • op het gebied van veiligheid, of
  • van roostertechnische aard;
  • wegens het niet voorhanden zijn van voldoende werk;
  • of omdat de personeelsbegroting daartoe ontoereikend is

Elke beslissing op een ingediend verzoek wordt aangemerkt als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Het is mogelijk om binnen zes weken een bezwaarschrift tegen dit besluit in te dienen.

Naar boven

5- Beeindiging dienstverband

Bij beëindiging van het dienstverband in de loop van het kalenderjaar dienen de gemaakte keuzes naar evenredigheid te worden genoten. Indien het niet mogelijk is om de keuzes te realiseren, vindt naar evenredigheid verrekening plaats. Is er sprake van ten onrechte genoten arbeidsvoorwaarden dan vindt ook verrekening naar evenredigheid plaats.

Naar boven

6- Bronnen ruilen voor doelen

 

Per kalenderjaar kan (de waarde van) in totaal maximaal 76 uren worden ingeruild voor de daarvoor vastgestelde doelen. Voor de keuze verloftijd ruilen voor geld, gelden bepaalde maxima (zie tabel)

Let op: in 2012  is het niet mogelijk om het doel extra salaris te kiezen.

Bij de inzet van vakantiegeld mag de wettelijk vastgestelde minimum vakantie-uitkering voor 22-jarigen en ouder niet worden aangetast. Er kan dus alleen het meerdere boven de minimum-vakantie-uitkering worden ingezet.
Minimum-vakantie-uitkering voor 2011 is € 1747,80 (bij volledig dienstverband)

Let op:
Bij inzet van salaris, mag uw salaris niet onder het wettelijke minimumloon komen. Bij een volledig dienstverband bedraagt het wettelijke minimumloon € 1424,40 bruto per maand (januari 2011).

Om de regeling keuzemodel uitvoeringstechnisch beheersbaar te houden zullen uw keuzes in een keer worden verrekend met de door u aangegeven bron(nen). Financiering met salaris kan niet worden gespreid over meerdere maanden. Als u meerdere bronnen hebt aangegeven, bijvoorbeeld vakantie-uitkering plus salaris, zal eerst de vakantie-uitkering maximaal worden belast en een evt. restant worden verrekend met het salaris.
Voorbeeld: u wilt met fiscaal voordeel een fiets, verzekering en onderhoudskosten (3 jaar maal € 82) financieren en u wilt daarvoor de vakantie-uitkering en het salaris van mei inzetten.
De fiets, verzekering en het eerste bedrag voor onderhoudskosten wordt eerst zoveel mogelijk gefinancierd met uw vakantie-uitkering. Als de vakantie-uitkering niet toereikend is wordt het restant gefinancierd uit het salaris. De overblijvende onderhoudskosten voor de komende 2 jaar kunt u naar keuze financieren uit de vakantie-uitkering of eindejaarsuitkering die u zult ontvangen in die jaren.
Als u kiest voor financiering via alleen het salaris, dan kunt u daarvoor het salaris van een door u gekozen maand gebruiken.

Voor de extra vergoeding voor reiskosten kunt u alleen de vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering plus de salarissen van mei en december inzetten, waarbij voor de financiering eerst de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering zal worden gebruikt en daarna, indien nodig, het salaris.

Bron tijd
  • Verlofuren
Doelen tijd
  • Flexibele werkduur (niet voor deeltijders <50%)
  • Verlof sparen voor langdurige verlofperiode/sabbatical (niet voor deeltijders <50%)
  • Verlof sparen voor (pre-)pensionering (vanaf 54 jaar)
  • Verlof sparen voor promovendi/TOIO's
  • Uitbreiding ouderschapsverlof
  • Studieverlof

Doelen geld (max. 38 uren/jaar)
  • Extra salaris
  • Betalen studiekosten
  • Levensloopregeling (let op: u kunt niet meer starten met deelname aan de levensloopregeling)
  Doel geld; fiscale vrijstellingsmogelijkheden
  • Aanschaffen fiets met fiscale vrijstellingsmogelijkheden (38 uren, eens per 3 jaar)
Bron geld
  • Bruto maandsalaris (vanaf 1-5-2011)
  • Vakantiegeld
  • Eindejaarsuitkering
  • Gratificatie
Doelen geld
  • Betalen studiekosten
  • Aanschaffen fiets met fiscale vrijstellingsmogelijkheden
  • Extra reiskostenvergoeding woon-/werkverkeer
  • Vakbondscontributie
  • Levensloopregeling (let op: u kunt niet meer starten met deelname aan de levensloopregeling)
  • 30% vergoedingsregeling

Doelen tijd
  • Extra verlofuren
  • Uitbreiding ouderschapsverlof
  • Studieverlof

Naar boven

Onder bronnen worden de arbeidsvoorwaarden verstaan welke door de werknemer ingezet kunnen worden als ruilmiddel tegen andere arbeidsvoorwaarden, de doelen. De werknemer kan meerdere bronnen en meerdere doelen tegen elkaar inruilen. De gestelde maxima blijven gelden en dienen over meerdere keuzes verdeeld te worden. Dat betekent dat indien een werknemer (de waarde van) het maximum aantal uren inzet voor verlof sparen, het niet meer mogelijk is deze uren in te zetten voor bijvoorbeeld een fiets.

De minimale inzet voor ruil is 4 uren.

Naar boven

7- Bronnen

7.1 Uren
De werknemer kan per kalenderjaar (de waarde van) maximaal 76 uren inruilen voor de daarvoor vastgestelde doelen. Voor de keuze tijd ruilen voor geld gelden afwijkende maxima: zie de tabel hierboven. Het gaat hierbij om toekomstige verlofuren.

Indien medewerkers met een deeltijdaanstelling een probleem hebben met (de opbouw van) het aantal inzetbare uren voor een Keuzemodel-bestemming, kunnen zij de dienstleiding verzoeken om uren op te mogen bouwen door tijdelijk meer te werken. Het is niet mogelijk om meer te werken met het doel om de zodoende opgebouwde uren om te zetten in extra inkomen. Er kan ook niet meer gewerkt worden dan tot maximaal 80 uren. De waarde van een uur wordt in de standaard van één werkuur uren uitgedrukt en is bepaald op 0,704% van het maandsalaris van de maand waarin de aanvraag geeffectueerd wordt bij een volledige werktijd. In dit percentage is opgenomen 8% vakantie-uitkering en 8,3% structurele eindejaarsuitkering. Indien tijd (uren) wordt omgezet in geld vindt de uitbetaling plaats in de vorm van een bruto toeslag (artikel 5.7 CAO). Een uur blijft waardevast.

Het inruilen van uren mag er niet toe leiden dat de werknemer minder uren tot zijn beschikking heeft dan vier maal de voor de werknemer geldende arbeidsduur per week.

7.2 Geld
Als geldbronnen zijn bruto maandsalaris, vakantiegeld, eindejaarsuitkering en gratificatie gedefinieerd

Naar boven

8- Doelen

8.1- Keuze flexibele werkduur

Deze keuze is mogelijk voor medewerkers die een dienstverband hebben van 0,5 fte of meer (50% van een volledig dienstverband) en deel mogen nemen aan het Keuzemodel ArbeidsVoorwaarden (KAV) een en ander met uitzondering van deelnemers aan een Seniorenregeling.

Voor degenen die wel kunnen kiezen geldt: een keuze werktijd wordt geaccepteerd tenzij het belang van de bedrijfsvoering zich hiertegen verzet.

Bij zijn keuze maakt de werknemer een afspraak met haar leidinggevende over een werktijd per week die afwijkt van de gebruikelijke volledige werktijd van 38 uren per week. De afwijking kan maximaal 2 uren per week naar boven of beneden bedragen, dus 40 uur of 36 uur werken per week. De werknemer krijgt op jaarbasis 96 uren extra bij 2 uur langer dan 38 uren werken of 96 uren minder bij 2 uur per week minder dan 38 uur werken.

Over de besteding van vakantieuren en invulling van de wekelijkse werktijden worden afspraken gemaakt tussen werknemer en leidinggevende.

Een werkduurkeuze heeft geen salarisconsequenties. Het betreft hier puur een werktijdafspraak

NB. Bij de invulling van de wekelijkse werktijden geldt een maximale werkdag van 8 uur.

Bestaande “4 x 9”-afspraken worden gehandhaafd. Indien de combinatie van arbeid en zorg voor medewerkers op enig moment een werkduur van 4 x 9 uur (en dus een 36 urige werkweek) nodig maakt, kan dat bij de dienstleiding worden aangevraagd, desgewenst met een advies van het Bedrijfsmaatschappelijk werk.

Naar boven

8.2- Keuze verlof sparen

Geldt niet voor medewerkers met een dienstverband voor bepaalde tijd (tenzij er uitzicht op een vast dienstverband is) en/of minder dan 0,5 fte (m.u.v. promovendi/TOIO’s; zie hierna).

Medewerkers met een "tenure track"-aanstelling met uitzicht op vast dienstverband kunnen sparen voor een sabbatical (zie 1.).

  1. langere verlofperiode waaronder sabbatical leave: (niet voor promovendi/TOIO’s)

    Gedurende minimaal 3 en maximaal 5 jaar kunnen minimaal 56 en maximaal 152 verlofduren worden gespaard voor een langere aaneengesloten verlofperiode. Het opgespaarde verlof moet worden opgenomen binnen een jaar na afloop van de spaarperiode, tenzij in overleg anders is overeengekomen. Zie ook: FAQ, vraag 12

    Indien het verlof wordt opgenomen t.b.v. een "sabbatical leave", zal de directeur/beheerder bij opname van het gespaarde verlof aan de werknemer een premie toekennen in de vorm van extra uren ter hoogte van 10% van het opgespaarde tegoed. Voorwaarde hierbij is dat er naar het oordeel van de directeur/beheerder sprake is van een sabbatical leave waarbij (ook) een bedrijfsbelang aanwezig is. Onder een "sabbatical leave" wordt in dit verband verstaan: een langere verlofperiode waarbinnen de werknemer algemeen of gericht aandacht besteed aan zijn employability (inzetbaarheid).

    Als de afspraken m.b.t. een langdurig verlof/sabbatical leave niet nagekomen kunnen worden, zullen medewerker en dienstleiding tijdig een nieuwe afspraak moeten maken.
  2. langdurig verlof sparen vanaf 54 jaar voor opname direct voor (pre-)pensionering

    Verlofsparen voor prepensionering min 56 en max. 152 uren/jaar met een totaal maximum van 1600 uren (ca.1 jaar eerder stoppen). Zie ook: FAQ, vraag 12
  3. afronding promotie/proefontwerp

    promovendi/TOIO’s kunnen 56 verlofduren per jaar gedurende de gehele aanstellingsperiode opsparen ten behoeve van een "vertrekpremie" ineens aan het einde van de aanstelling. De premie bedraagt per gespaard uur 0,704% van het laatste maandsalaris.
    Om hiervoor in aanmerking te komen dient men zijn dissertatie of proefontwerp binnen de daarvoor gestelde termijn af te ronden.
    Indien men niet binnen de gestelde termijn tot afronding komt, kan men met het gespaarde tegoed het dienstverband verlengen om alsnog tot afronding te komen.

    Promoveert men of rondt men zijn proefontwerp vóór de oorspronkelijke einddatum af en het dienstverband wordt voortijdig beëindigd, dan krijgt men naast de vertrekpremie een bonus ten bedrage van 50% van het voor de werknemer geldende salaris voor elke hele kalendermaand die ligt tussen de daadwerkelijke en de oorspronkelijke einddatum van het dienstverband

Overigens
Als er via een vorige regeling al afspraken zijn gemaakt over prepensionering of sabbatical die een maximum aantal uren als genoemd in deze regeling te boven gaan, dan blijft die oorspronkelijke afspraak gelden en kunnen er geen nieuwe afspraken worden gemaakt

Voorbeeld: als er bij een eerdere afspraak al 480 uren zijn doorgeschoven voor opname voor (pre-)pensionering, dan kunnen er nog maar 1120 extra uren gespaard worden. Als er al 2000 uren doorgeschoven zijn, kan er niets meer gespaard worden voor een verlofperiode direct voorafgaande aan (pre-)pensionering

Bij (tussentijdse) beëindiging van het dienstverband, moet het gespaarde verlof opgenomen worden vóór de beëindiging. Indien en voor zover de bedrijfsvoering dit niet toelaat, vindt uitbetaling plaats. In het laatste geval wordt per niet opgenomen verlofuur 0,704% van het laatste maandsalaris uitgekeerd

Eventuele uitbetaling van verlofuren vindt plaats in de vorm van een toeslag. Deze toeslag wordt niet opgenomen in de grondslagen voor pensioen en salarisgerelateerde uitkeringen.

Naar boven

8.3 Uitbreiding van ouderschapsverlof

In aanvulling op ouderschapsverlof zoals bedoeld in de "Regeling ouderschapsverlof TU/e", kan een werknemer verlofuren sparen door het inzetten van verlofuren, vakantie-uitkering, de eindejaarsuitkering en gratificatie. Dit sparen kan gedurende minimaal één en maximaal vier jaren. Er kunnen per kalenderjaar maximaal 80 uren gespaard worden.

Dit betekent dat een werknemer bijvoorbeeld per kalenderjaar 40 uren kan sparen (tijd ruilen voor tijd) en 80 uren kan kopen (geld ruilen voor tijd).

Over het tijdstip van opname van het verlof en de duur van het verlof worden tussen werkgever en werknemer nadere afspraken gemaakt. Het verlof dient in ieder geval opgenomen te worden ten tijde van de periode waarbinnen op grond van de "Regeling ouderschapsverlof TU/e" ouderschapsverlof kan worden genoten.

Naar boven

8.4- Verlof voor het volgen van een functiegerelateerde studie of een opleiding

In aanvulling op studieverlof als bedoeld in te "Regeling studiefaciliteiten TU/e", kan een werknemer studieuren sparen door het inzetten van verlofduren, bruto maandsalaris, vakantie-uitkering, de eindejaarsuitkering en gratificatie. Over het tijdstip van opname van het verlof en de duur van het verlof worden tussen werkgever en werknemer nadere afspraken gemaakt. Het verlof dient in ieder geval opgenomen te worden ten tijde van de periode waarbinnen een opleiding wordt gevolgd.

Naar boven

8.5- Extra verlofuren

Door het inzetten van bruto maandsalaris, vakantiegeld, eindejaarsuitkering en gratificatie kunnen per kalenderjaar maximaal 80 verlofuren worden verkregen.

Naar boven

8.6- Extra salaris

Voor het verkrijgen van extra salaris kunnen maximaal 38 verlofuren per jaar worden ingezet.

 

Let op: in 2012 is het niet mogelijk verlofuren te verkopen.

Naar boven

8.7- (Bijdrage) aan de bekostiging van het volgen van een studie of opleiding

Indien een werknemer een studie of opleiding volgt (of gaat volgen) om zijn functie behoorlijk te (kunnen blijven) vervullen dan wel om een hogere functie of een geheel andere functie te kunnen vervullen, kan hij (de waarde van) maximaal 38 uren, bruto maandsalaris, vakantiegeld, eindejaarsuitkering en gratificatie inzetten voor een bijdrage aan de bekostiging van de studie of opleiding.

(Goedgekeurde aanvraag regeling studiefaciliteiten TU/e meesturen)

Naar boven

8.8- Fiets regeling

Fiets - regeling (eens per 3 jaar)
Het keuzemodel biedt de mogelijkheid om 38 verlofuren, bruto maandsalaris, vakantiegeld, gratificatie en eindejaarsuitkering in te zetten voor de aanschaf van een fiets. De waarde van een uur is bepaald op 0,704% van een maandsalaris tot een maximum van € 20. In voorkomende gevallen vult werkgever de 0,704% aan tot € 20.

Naar boven

8.9 Extra tegemoetkoming in reiskosten woon-/werkverkeer

Extra tegemoetkoming in reiskosten woon-/werkverkeer
Via het keuzemodel kunnen het bruto maandsalaris, vakantiegeld en/of de eindejaarsuitkering worden ingezet om een extra tegemoetkoming in de reiskosten voor woon-/werkverkeer te krijgen.
De tegemoetkoming wordt berekend over een reisafstand die wordt vastgesteld via de ANWB Routeplanner, kortste route door vergelijk van postcode 5612 AZ (TU/e) met de eigen postcode van werknemer. Volgens de fiscus mag de tegemoetkoming over maximaal 214 dagen per jaar worden verstrekt. Dit is ingeval er 5 dagen/week wordt gereisd. Wordt er minder gereisd, dan wordt de vergoeding berekend op basis van de feitelijke situatie. Dus bij 3 dagen reizen: 3/5 x 214 dagen.

Berekeningsformule voor de maximale fiscale jaarvergoeding:
214 dagen x enkele reisafstand woning/werk x 2 x max. belastingvrij km-tarief (€ 0,19) x aantal reisdagen/week gedeeld door 5.

Op het met de formule verkregen jaarbedrag wordt een al ontvangen tegemoetkoming voor reiskosten woon-/werkverkeer in mindering gebracht.
Voor het overblijvende bedrag kan het bruto maandsalaris, bruto vakantiegeld (voor de periode van 1 januari tot 1 mei) en/of bruto salaris van december en eindejaarsuitkering (voor de periode van 1 mei t/m 31 december of gehele jaar) worden ingezet om een belastingvoordeel te verkrijgen.

U heeft voor deze keuze geen toestemming nodig van uw leidinggevende/directeur/diensthoofd

8.10 - Vakbondscontributie

Met het inzetten van het bruto maandsalaris van december en/of de eindejaarsuitkering en het overleggen van een betaalbewijs/-bewijzen, kan een fiscaal vriendelijke tegemoetkoming in de over het keuzejaar verschuldigde/betaalde vakbondscontributie worden verkregen.
Een en ander naar rato van het aantal maanden dat de medewerker in het betreffende jaar in dienst van de TU/e is geweest.

Voor deze keuze is geen toestemming van de leidinggevende/beheerder nodig.

8.11 - Levensloopregeling

Let op: Per 1-1-2012 is het wettelijk niet meer mogelijk om te starten met deelname aan de levensloopregeling. Voor medewerkers die voor deze datum al deelnamen aan de regeling en een saldo van 3.000 euro of meer op hun rekening hebben, blijft onderstaande regeling van toepassing.

Voor deelname aan de levensloopregeling kunnen verlofuren, bruto maandsalaris, vakantie-uitkering, eindejaarsuitkering en gratificatie worden ingezet.

Deelname aan de levensloopregeling heeft geen effect op de berekeningsgrondslagen voor pensioen en sociale zekerheid omdat de reguliere premies voor pensioen en werknemersverzekeringen (WW en WAO) worden afgedragen.

Meer informatie over de levensloopregeling vindt u hier

Hardheidsclausule

Indien een werknemer, buiten zijn schuld of toedoen, zijn keuze niet of niet tijdig kenbaar kan maken, kan in redelijkheid van de hierboven genoemde termijnen worden afgeweken. De directeur/Diensthoofd beslist over afwijking