Top of this page
Skip navigation, go straight to the content
Voor het synchroniseren van processen is het soms noodzakelijk dat de tijd op een computer systeem 'exact' gelijk loopt met de tijd op de andere systemen. Daarvoor is een speciaal protocol ontworpen (Network Time Protocol (NTP)).
Meerdere timeservers binnen het internet synchroniseren hun tijd met atoomklokken. Deze verschillende servers wisselen pakketjes uit waarin hun eigen tijd plus een afschatting van de nauwkeurigheid daarvan staat. In het antwoord staat de oorspronkelijke tijd van de aanvrager zelf ook weer. Zo kent NTP dan de tijd van zichzelf en van andere systemen, weliswaar met een delay, maar omdat de eigen tijd er ook weer bij zit, is ook de delay bekend. NTP probeert op een slimme manier de absolute tijd over het netwerk uit te middelen na de delay gecompenseerd te hebben. Met heel kleine variaties gaat NTP vervolgens de eigen systeemtijd beinvloeden om zo 'in sync' te komen met de rest van de wereld.
Er bestaan verschillende klassen van timeservers. Een absolute klok noemen we stratum 0, een daarmee gesynchroniseerd systeem heet stratum 1. Systemen,die hier weer mee synchroniseren heten stratum 2, enzovoort. Hiermee kan een hiėrarchie worden opgebouwd. Het NTP proces evalueert voortdurend ieder systeem en geeft het een bepaalde hoeveelheid vertrouwen. Dit laatste hangt af van het stratum, van de nauwkeurigheid die de server zelf opgeeft en van de totale delay.
De Dienst ICT heeft voor haar klanten een stratum 2 timeserver operationeel. Deze timeserver synchroniseert haar tijd namelijk met de stratum 1 server van NL-net en een aantal timeservers van surfnet. Het is de bedoeling dat systemen binnen de TU/e zich synchroniseren met de TU/e timeservers (time.tue.nl & time2.tue.nl).