Top of this page
Skip navigation, go straight to the content

Adres Het Veken
Plaats Eindhoven
Bouwjaar 1959
Karakter gebouw Technische ruimte
Juridische status Eigendom
Aantal etages 3
Bruto vloer oppervlak 1.817,00 m²
Functioneel nuttig oppervlak FNO 49,00 m²
Gebouwfactor (BVO/FNO) 37,08
Kantooroppervlakte 48,67 m²
Gebouwnummer 2100
Gebouwbeheerder mw. V. Marks
Ceres westzijde
Ceres en bronwatertoren
Ceres ingang
HW ketel 13 en mengverdelers
HW ketel 2 en 8
Expansievaten
Netpompen
Inspectie luik vuurhaard HW ketel
Olie transportpompen
Ceres 1959

TU/e>50

CERES

Centraal Energie en Regelstation
Sinds 1959 voorziet CERES de Campus van o.a. heetwater voor de verwarming van de gebouwen.
Het centrale ketelhuis is op het midden van de Campus gelegen en voorzag in het verleden alle gebouwen (in het begin met uitzondering van het Paviljoen) van heetwater.
Doormiddel van 3 heetwaternetten wordt het heetwater naar de gebouwen gepompt waar het via warmtewisselaars de energie afstaat aan het centrale verwarmingsysteem van het desbetreffende gebouw.
In de uitgebreidste uitvoering stonden er 3 heetwater-waterpijpketels met onderdrukregeling, en 2 heetwater-waterpijpketels met overdrukregeling.
De 3 onderdrukketels zijn aangesloten op de stenen schoorsteen; de 2 overdrukketels hebben ieder een eigen stalen schoorsteen.

  • Ketel 2 was de oudste ketel en is inmiddels gesloopt.
    • Ketel 2 fabrikant N.V. Machinefabriek "Breda" voorheen Backer en Rueb, bouwjaar 1958, toelaatbare werkdruk in ato 14. De ketel is gas gestookt.
  • De ketels 13 en 20 zijn als laatste geplaatst in 1976.
    • Ketel 13 en 20 fabrikant Bronswerk uit Amersfoort, bouwjaar 1976, toelaatbare werkdruk in ato 20, de toegestane bedrijfstemperatuur 215° c. Uit het controle boek voor stoom- of damptoestellen van de Dienst voor het Stoomwezen. "De ketel staat onder volledig toezicht. De ketel die als heetwaterketel wordt gebruikt, is voorzien van 4 hooglichtende veiligheidskleppen, 1 maximaal thermostaat, 1 regelthermostaat en een differentiaal drukschakelaar werkend op de branders. De aangesloten expansievaten zijn voorzien van een waterpeilglas, een laagwaterbeveiliging met branderdoving, geluids- en lichtsignaal, 2 elektrische suppletiepompen die automatisch invallen, 1 maximaal en 1 minimaal pressostaat werkend op de branders. De ketel heeft 1 elektrische circulatiepomp; de netten hebben 3 elektrische circulatiepompen. De ketel is gas gestookt."

Wanneer onverhoopt de aardgas leverantie uit zou vallen konden 2 ketels op olie gestookt worden
De langste tijd uit de geschiedenis van CERES is het in bedrijf geweest onder volledig toezicht, dat wil zeggen een ploeg van ± 16 machinisten werkte in vol continudienst om het ketelhuis in bedrijf te houden.
De laatste 10 jaren is CERES geautomatiseerd en geschiedt de bewaking door middel van een gebouwenbeheersysteem.
Dit stookseizoen is het laatste dat de ketels van CERES nog in bedrijf zijn. Er is gekozen om de verwarming van de Campus te decentraliseren en alle gebouwen of clusters van gebouwen hebben eigen centrale verwarmingsketels gekregen.

Schoorsteen TU/e

De schoorsteen van de TU/e is gebouwd als rookgasafvoer van het centraal ketelhuis in 1958. De hoogte van de schoorsteen is 70 meter en aan de voet heeft deze een diameter van 5,3 meter. Via drie ondergrondse rookkanalen is de schoorsteen verbonden met de ketels die tot 2005 dienst deden als centrale heetwatervoorziening.

De uitgemetselde kop van deze schoorsteen maakt deze schoorsteen bijzonder, in Nederland zijn nog slecht twee schoorstenen met deze architectuur. Graag wil de TU/e deze schoorsteen als markant punt voor de toekomst behouden.

De technische staat van de schoorsteen is goed, tweejaarlijks wordt de schoorsteen geïnspecteerd door een gespecialiseerd bedrijf. Omdat deze schoorsteen niet meer in gebruik is zullen voorzieningen getroffen moeten worden om in deze staat te houden. Om te voorkomen dat door zwavel afkomstig uit de vroegere oliestook en vocht het metselwerk aantast, worden in 2007 maatregelen getroffen. Deze maatregelen houden in dat de schoorsteen aan de bovenzijde wordt afgedicht, waarbij toch natuurlijke ventilatie in de schoorsteen aanwezig blijf.