Top of this page
Skip navigation, go straight to the content

TU Eindhoven in twee KICs: InnoEnergy en ICT Labs

Het Europese Instituut voor Innovatie & Technologie (EIT) heeft twee samenwerkingsverbanden uitgekozen waarin de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) een belangrijke plaats inneemt. Dat zijn InnoEnergy en EIT ICT Labs. Dit is vandaag door het EIT bekend gemaakt.

KIC staat voor: Knowledge & Innovation Community

Voor meer informatie zie bijgaande persberichten.
Bericht 1

EIT steunt TU/e-onderzoek duurzame energie
Het onderzoek van de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) naar duurzame energie kan vanaf 2010 rekenen op financiële steun van het Europese Instituut voor Innovatie & Technologie (EIT) in Boedapest. Het EIT gaat jaarlijks 20 tot 25 miljoen euro bijdragen aan het samenwerkingsverband InnoEnergy dat zes Europese technologiecentra hebben opgezet en waarvan de TU/e er één samen met de KU Leuven zal bezetten.
 
Volgens emeritus-hoogleraar elektrische energiesystemen van de TU/e, prof.dr.ir. Jan Blom, mikken de Europese partners op een totale omzet van 100 miljoen euro per jaar.
Blom is de beoogde manager van de co-locatie voor de Benelux, die wordt gevestigd in Eindhoven. Hij en zijn staf zullen vanuit de ‘hoofdzetel’ van de Benelux het publiek-private project coördineren. Want behalve de TU/e, TNO, de KU Leuven en de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (Vito), doen ook Nederlandse en Belgische bedrijven en business schools mee waaronder Philips, ECN, Eandis, IMEC, Elia, NXP, Exendis en het Energy Delta Institute.

Duurzame energie voor gebouwen en steden
Prof. Blom heeft verder een financiële toezegging binnen van de provincie Noord-Brabant en hoopt ook op steun vanuit Den Haag.
De co-locatie voor de Benelux gaat zich richten op duurzame energie voor gebouwen en steden. De TU/e zal ook een bijdrage leveren op het gebied van biomassa, kernfusie en zonne-energie. De co-locaties van de andere vijf Europese partners zijn te vinden in Karlsruhe (alternatieve energie uit onder meer biomassa), Krakau (schone energie uit kolen), Stockholm (intelligente netten), Grenoble (kernenergie) en Barcelona (energie uit zon en wind).
Iedere partner coördineert het toebedeelde thema maar kan dat niet alleen voor zich opeisen. Het EIT stelt juist als een van de voorwaarden dat er een uitwisseling van kennis plaatsvindt tussen de technologiecentra.

Groene en grijze energie
“Onze aanvraag is door het EIT waarschijnlijk beloond omdat we behalve groene energie, onze aandacht ook richten op het schoner maken van de grijze energie. Er zullen namelijk nog heel wat kolen worden gestookt tot 2050”, merkt Blom op.
Het EIT zal het project minimaal zeven jaar financieel ondersteunen en kan die termijn oprekken tot vijftien jaar. Het hogere doel van het EIT is om Europa concurrerend in de wereld te maken door sneller technologische ontwikkelingen op de markt te brengen.
Behalve een economische impuls, moet de samenwerking tussen Europese technologiecentra ook verdiensten opleveren voor onderzoek en onderwijs.

Voor de redactie
Voor meer informatie: Cees van Keulen, mediavoorlichter TU/e, 040 247 4061.

Bericht 2

EIT ICT Labs wint Europese race om innovatie van ICT
Het Europese Instituut voor Innovatie & Technologie (EIT) in Boedapest heeft EIT ICT Labs uitgekozen om Europa een leidende rol in informatie- en communicatietechnologie (ICT) te bezorgen. EIT ICT Labs is een consortium van bedrijven, technische universiteiten en onderzoekscentra in Nederland, Zweden, Finland, Duitsland en Frankrijk. EIT ICT Labs is een netwerk dat vijf fysieke locaties telt. In Nederland is dat de High Tech Campus in Eindhoven.
De andere locaties zijn Berlijn, Helsinki, Parijs en Stockholm.

Deze uitverkiezing is een indirect uitvloeisel van het Lissabonakkoord uit 2000, waarin de Europese leiders afspraken om de Europese Unie tot de meest concurrerende en innovatie kenniseconomie van de wereld te maken.

Onderwijs, onderzoek en ontwikkeling
Het EIT stelt gedurende zeven jaar, met mogelijkheid tot verlenging, maximaal 22 miljoen euro per jaar beschikbaar aan het consortium, dat zelf een veelvoud van dit bedrag bijeen moet brengen. Het geld zal worden besteed aan onderwijs, onderzoek, ontwikkeling en het naar de markt brengen van innovatieve ICT-producten en –diensten. Andere doelstellingen zijn versnellen van de groei van spin off-bedrijven, aantrekken van internationaal toptalent en in het algemeen bevorderen van economische groei en werkgelegenheid.
TU/e in consortium
De Nederlandse deelnemers in het consortium zijn Philips, het Nederlands Instituut voor Research naar ICT (NIRICT) – waarin al het ICT-onderzoek van 3TU, het samenwerkingsverband van de technische universiteiten van Delft, Eindhoven en Twente is ondergebracht – en Novay, het vroegere Telematica Instituut. De Nederlandse bijdrage aan het consortium wordt gecoördineerd door de Twentse hoogleraar Peter Apers.

Snellere innovaties
Innovaties in de ICT zullen sneller gecreëerd en getest worden, zodat de tijd tussen innovatie en beschikbaarheid op de markt sterk wordt verkort. Academische opleidingen worden vanaf het begin gecombineerd met diepgaande kennis van industrieel onderzoek en ontwikkeling en innovatie, zodat professionals ook ondernemende vaardigheden ontwikkelen. Ook worden multidisciplinaire netwerken gevormd van onderzoekers en ingenieurs met economen, sociale wetenschappers en industrieel ontwerpers. Het netwerk van de vijf co-locaties biedt de mogelijkheid om innovaties beter af te stemmen op een brede Europese markt. De alomtegenwoordigheid van ICT en de groei van zowel aantal als soorten toepassingen leidt er immers toe dat veel mondiale vraagstukken van tegenwoordig alleen zo werkelijk aangepakt kunnen worden.

Voor de redactie
Voor meer informatie: Cees van Keulen, mediavoorlichter TU/e, 040 247 4061.

'terug'