Top of this page
Skip navigation, go straight to the content

De computer helpt bij speurtocht naar bloedpropjes

 

PERSBERICHT

Radiologen kunnen nu met behulp van de computer bedreigende bloedpropjes in de longen een stuk beter vinden. Promovendus ir. Henri Bouma van de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) ontwikkelde hiervoor een methode. De computer vindt de randen van de propjes op basis van de verschillende grijstinten in CT-scans. Bouma gebruikte dezelfde technologie om de diameter van vernauwde bloedvaten -potentieel gevaarlijk- veel nauwkeuriger te kunnen meten. Op woensdag 2 april verdedigt hij zijn proefschrift.

Jaarlijks krijgen meer dan 10.000 mensen in Nederland een longembolie - een bloedpropje in een slagader in de longen. 11 Procent daarvan overlijdt in het eerste uur. Een snelle en nauwkeurige diagnose is dus gewenst. Tot nu toe doet de radioloog dit nog met eigen ogen. De hulp van de computer zit er echter aan te komen. Dat laat ir. Henri Bouma (30) zien met zijn promotieonderzoek aan de TU/e. Hij ontwikkelde een methode om in een driedimensionale CT-scan volautomatisch de meest waarschijnlijke bloedpropjes te detecteren.

CT-beelden
Bouma testte zijn methode op CT-beelden van het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam. Daaruit bleek dat bij gebruik van deze computermethode 63 procent van de bloedpropjes gevonden werd. Dat stelde de radioloog in staat om uiteindelijk 20 procent meer bloedpropjes te vinden dan wanneer hij het alleen moet doen. Hiermee kunnen artsen waarschijnlijk gerichter actie gaan ondernemen: grote proppen operatief verwijderen en kleinere behandelen met bloedverdunners.

Bloedvaten
Dezelfde techniek van beeldverwerking paste de promovendus toe op het meten van de doorsnede van bloedvaten. Zijn die op cruciale plaatsen te nauw geworden, dan kan in het ergste geval weefsel afsterven. Vooral bij het hart of in de hersenen kan dat levensbedreigend zijn. Vanwege de ruis en onscherpte van CT-beelden kan de diameter van kleinere bloedvaten wel tot 40 procent te hoog worden ingeschat.
Bouma’s methode zorgt ervoor dat de doorsnede van een bloedvat veel nauwkeuriger te meten is. Hiermee kan de arts op basis van betere informatie besluiten of hij moet overgaan tot actie: bijvoorbeeld door te dotteren of een stent te plaatsen.

Vormen, intensiteiten en afmetingen
De computer gaat op zoek naar verschillen in intensiteit in de driedimensionale CT-beelden. Door het gebruik van contrastvloeistof wordt het bloed daarin wit afgebeeld. Een propje steekt daar donker tegen af, omdat het geen contrastvloeistof opneemt. De computer meet de vorm van het propje op de rand tussen het lichte en het donkere gebied. Vormen, intensiteiten en afmetingen blijken belangrijk voor het maken van onderscheid tussen echte bloedproppen en dingen die daar op lijken, zoals weefsel dat om de bloedvaten heen groeit.

Bouma voerde een deel van zijn onderzoek uit bij Philips Healthcare (tot voor kort Medical Systems). Dat gaat de methodes nu verder ontwikkelen tot een beeldanalysesysteem dat zelf locaties en afmetingen van structuren in CT-beelden kan bepalen.

'terug'